Annika van Roode - Thema: Kleur
donderdag 9 februari 2012
donderdag 8 december 2011
Toepassingskaart 9: Rekenen vanuit een ander perspectief

Toepassingskaart 8: Nederlands als tweede taal: Woordenschatdidactiek
De 3 lessen moeten wel op de blog komen.
Het boek dan in mijn woordenschatlessen centraal staat is het boek:

De 4 fasen van het woordenschatonderwijs zijn:
- Voorbewerken
- Semantiseren
- Consolideren
- Controleren
Les 1: Voorbewerken van het thema en de nieuwe woorden.
Dit moet een pakkende, leuke, andere ervaringen zijn voor de kinderen. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat iets humoristisch sterk de leerresultaten kan bevorderen. Het gaat er bij de voorberwerking om om de leerlingen te motiveren voor het aan te leren woord, 'een pakkende start'.
De leerkracht komt de les in, gekleed in rare kleding met raar hoedje en dergelijke. De kinderen zullen gaan lachen en vreemd opkijken. De leerkracht maakt wat gekke passen, gaat dan op zijn stoel zitten en pakt het boek 'Kikker en de vreemdeling' uit zijn tas. Als alle kinderen luisteren begint hij te lezen. Het verhaal wordt helemaal uit gelezen en achteraf wordt met de kinderen besproken wie er in het verhaal voorkwamen en de verloop van het verhaal.
Les 2: Semantiseren van de moeilijke woorden in het boek
De leerkracht leest nogmaals het prentenboek voor. Dit keer worden alle moeilijke woorden op een groot vel geschreven, eventueel met een plaatje erachter. De kinderen proberen eerst de betekenis te raden. Daarna zijn er eventueel kinderen die de betekenis al weten. Als ze er niet uitkomen, kan de leerkracht de betekenis geven. Het belangrijkste hiervan is dat de leerkracht de nieuwe woorden koppelt aan al eerder opgedane kennis. De kinderen kunnen zo hun netwerk uitbereiden en de nieuwe woorden koppelen aan eerder geleerde woorden. Zo zullen de nieuwe woorden eerder blijven hangen.
Dit kan ook aan de hand van de 3 uitjes: uitbeelden, uitleggen, uitbereiden.
Met de kinderen worden op deze manier alle moeilijke worden doorgenomen. Denk bijvoorbeeld aan de volgende woorden:
- Vreemdeling
- Rat
- Indringer
- Sluipen
- Reizen
- Reiziger
- Buitensluiten
- Vooroordelen
Enzovoort.
De woorden en betekenissen worden met behulp van plaatjes netjes op het grote vel geschreven en deze wordt in de klas opgehangen zodat de kinderen hier naar kunnen kijken. Om te consolideren ( herhalen ) wordt hier dagelijk naar gekeken. De kinderen kunnen op deze manier de informatie verwerken en opslaan.
Les 3: Controleren van de geleerde woorden
De woorden worden gecontroleerd door met de kinderen een soort quiz te spelen. Dit vinden kinderen heel leuk om te doen en de leerkracht kan meteen zien wie de woorden beheerst en wie nog extra oefening nodig heeft. Aan de hand daarvan kan extra oefeningen gemaakt worden of juist verrijkende oefeningen.
Welke doelen zijn er voor deze lessenserie?:
De kinderen zijn na deze lessen serie thuis in de woorden die bij dit boek horen. Ze kennen onder andere de woorden:
- Vreemdeling
- Rat
- Indringer
- Sluipen
- Reizen
- Reiziger
- Buitensluiten
- Vooroordelen
De kinderen hebben daarnaast kennis gemaakt met het thema buitensluiten en vooroordelen. De kinderen hebben op deze manier ook gewerkt aan hun sociaal- emotionele vaardigheden. Ze hebben geleerd dat je mensen niet mag buitensluiten op vooroordelen of uiterlijk. Je moet mensen een kans geven en mensen leren kennen voordat je een oordeel over ze velt.
Welke doelen zijn er voor mezelf als leerkracht?:
Oefenen met het maken van een lessenserie voor de woordenschat en deze ook geven. Daarnaast is het ook een leerdoel om extra oefening en extra verrijking aan te bieden voor de kinderen die dit nodig hebben.
Toepassingskaart 7: De wereld door de ogen van...
In de wijk heeft hij veel vriendjes, mooie speelgelegenheden en hij woont vlak blij school.
Toepassingskaart 6: Interculturele communicatie
*Aangezien ik zelf geen stage heb gelopen op een interculturele school heb ik dit interview samen gedaan met Savannah. Zij liep stage in Haarlem op 'De Meer'.
'Zijn er ouders die niet of nauwelijk Nederlands spreken?'
Ja, deze zijn er zeker. Negentig procent van de kinderen bij ons op school heeft een allochtone achtergrond.
Er komen regelmatig kinderen in de kleuterklas binnen die nog geen woord Nederlands spreken.
Vaak spreken de ouders van deze kinderen ook geen Nederlands. Dit is zeer lastig communiceren zowel met ouders als met de kinderen.
'Hoe ga je hier mee om?'
Het communiceren met ouders die geen Nederlands spreken is zeer lastig.
Het communiceren gaat vaak met handen en voeten en het gebrekkig Nederlands wat de ouders spreken.
Ouders komen ook minder snel vragen stellen dan ouders die de taal goed beheersen. Als ze dan wel een dringende vraag hebben of iets niet snappen wat in een brief heeft gestaan gaan ze het eerst aan andere ouders met dezelfde moedertaal vragen. Zo hoeven ze niet langs de leerkracht. Ik merk vaak dat ouders zich schamen/onprettig voelen als ze taal niet beheersen en dan iets aan de leerkracht moeten vragen. Wat ook vaak gebeurt als oplossing is dat een ouder een andere ouder meeneemt die dan als een soort tolk functioneert. Vaak als de ouders gebrekkig/geen Nederlands spreken, spreken de kinderen dit ook. Ik vind dit vooral lastig, omdat de kinderen veel extra hulp krijgen op school en we de kinderen vaak materiaal meegeven om thuis te oefenen. Dit is vaak lastig aan de ouders uit te leggen. Hoe moeten de kinderen dit doen? Hoe kunnen de ouders hierbij helpen enz. Maar ook zien de ouders hier vaak tegenop, omdat ze zelf te stof ook niet kennen.Als ik met ouders spreek met een buitenlandse achtergrond, spreek ik vaak langzamer en herhaal ik de zinnen vaker. Ook vraag ik vaker of de ouders het begrijpen.
'Welke verschillen merk je tussen de Nederlandse ouders en buitenlandse ouders als het om communicatie gaat?'
Als de ouders de taal goed beheersen dan zijn de verschillen al veel minder. Nederlandse ouders komen vaker even een praatje maken over hun kind. Maar als de ouders de Nederlandse taal zelf ook goed beheersen, gaat het communiceren veel gemakkelijker.Dus komen ze eerder even een praatje maken of vragen stellen over hun kind. Dus ik denk niet dat er veel verschillen zijn tussen de culturen bijvoorbeeld maar dat de taal voor een grote drempel zorgt bij de ouders om bijvoorbeeld dingen te komen vragen. Want als de taal goed beheest wordt, dan zijn de allochtone ouders vaak ook kritischer. Er worden meer vragen gesteld en het onderwijs wordt vaak als heel belangrijk gezien. Hier worden dan ook meer vragen over gesteld. Dit doen ouders pas als ze zelf de taal beheersen.
Als school vinden we ouder betrokkenheid een belangrijk punt. We zijn bezig om ervoor te zorgen dat dit groter wordt. Juist omdat de meeste ouders de taal niet spreken of heel slecht is de betrokkenheid nog niet groot. Vaak wordt de betrokkenheid pas groter als de ouders de taal spreken. Daarom hebben we als school dit als een groot verbeterpunt. Zo heeft iedere klas nu klassenouders. Dit zijn ouders die veel dingen regelen voor de klas. Bijvoorbeeld hulp bij activiteiten. De klassenouders kunnen dan communiceren met de andere ouders. Als het nodig is in hun eigen taal. Waardoor de drempel voor ouders lager wordt.
'Op welke manier probeer je communicatie te bevorderen/ te verbeteren?'
Ik probeer door vragen te stellen aan de ouders over bijvoorbeeld zwangerschap, ziekte of feestdag. Zo ben ik geinteresseerd in hun leven en probeer ik een beter band op te bouwen, waardoor ik hoop dat de ouders sneller naar mijn toe komen als er wat aan de hand is. Ook als ze de taal niet spreken. Dit is niet erg en door te spreken leren ze te taal juist. Ook door de klassenouders hoop ik dat de drempel voor ouders lager wordt om meer betrokken zijn bij de school.
Toepassingskaart 5: Artikelen en stellingen
http://weblogs.nrc.nl/onderwijsblog/2009/10/10/geen-hoofddoek-op-school-dan-ook-geen-kruis/
-Waargaat het artikel over?
De vraag of scholen religieuze uitingen, zoals hoofddoek en kruis mag verbieden.
- Waarom heb je dit artikel gekozen?
Is al veel onenigheid en ophef over. Het is een interessant onderwerp.
- Heeft dit artikel je mening bijgesteld?
Nee. Op een openbare school moet alles toegestaan zijn. Chriselijke scholen mogen een hoofddoek verbieden. Islamistisch scholen mogen kruizen verbieden.
- Stelling:
Op openbare scholen mogen kinderen hun religie uiten d.m.v. bijvoorbeeld een hoofddoek of een kruisje.
Artikel 2: Schooluitje: Moskee noemt ongelovigen 'honden'.
http://www.elsevier.nl/web/10188710/Nieuws/Nederland/Schooluitje-moskee-noemt-ongelovigen-honden.htm?long=true
- Waar gaat dit artikel over?
Bij een uitstapje om respect voor andere geloven te stimuleren werd door de voorzitter van de moskee uitgesproken dat ongelovigen onder meer 'honden' zouden zijn.
- Waarom heb je dit artikel gekozen?
Ik vind het zo absurd dat deze man dit durft uit te spreken, terwijl de leerlingen daarheen gaan om respect te krijgen voor de cultuur.
- Heeft dit artikel je mening bijgesteld?
Nee
- Stelling:
Mensen/kinderen moeten respect ontwikkelen voor verschillende godsdiensten en een vrije godsdienstkeuze.
Artikel 3: Gemengde scholen zijn geen wondermiddel
http://vorige.nrc.nl/article1940964.ece
- Waar gaat het artikel over?
Gemengde scholen zouden moeten zorgen voor een betere integratie. Maar door de taalachterstand is dit niet haalbaar. De taalsterken krijgen in een groepje buiten de klas les, waardoor de taalzwakke kinderen zich achtergesteld voelen.
- Waar heb je dit artikel gekozen?
Het is een interessant onderwerp. Het is een nieuwe kijk op gemengde klassen.
- Heeft dit artikel je mening bijgesteld?
Ja. Ik heb er nog niet op deze manier over nagedacht.
- Stelling:
De overheid moet er voor zorgen dat kinderen zoveel mogelijk op gemengde scholen komen, waar ze niet apart, maar sámen leren over verschillende godsdiensten.
Artikel 4: Wijk weer witter, klas blijft zwart
http://vorige.nrc.nl/binnenland/article1940967.ece/Wijk_weer_witter,_klas_blijft_zwart_
- Waar gaat dit artikel over?
De leerlingenpopulatie moet grofweg overeenomen met de etnische samenstelling van de buurt. Er zijn nu veel 'te witte' of 'te zwarte' scholen.
- Waar heb je dit artikel gekozen?
Het is een interessant onderwerp. Ik had dit niet verwacht.
- Heeft dit artikel je mening bijgesteld?
Nee. Ik vind dat scholen meer gemengd moeten zijn.
- Stelling:
In een multicultureel land als Nederland, moeten mensen samen opgroeien.
Artikel 5: Socioloog Dronkers: Gemengde school slecht voor allochtoon en autochtoon
http://weblogs.nrc.nl/onderwijsblog/2010/06/17/socioloog-dronkers-gemengde-school-slecht-voor-allochtoon-en-autochtoon/
- Waar gaat dit artikel over?
Uit onderzoek blijkt dat zowel autochtone kinderen als allochtone kinderen met een migrantenachtergrond slechtere resultaten behalen op etnisch sterk gemengde scholen dan op etnisch homogene scholen.
- Waarom heb je dit artikel gekozen?
Het geeft weer een nieuwe kijk op 'gemengde scholen'.
- Heeft dit artikel je mening bijgesteld?
Nee. Hij geeft bijna geen resulaten, maar alleen een mening.
- Stelling:
We moeten streven naar gemengde scholen waar zowel allochtone als autochtone kinderen tot hun recht kunnen komen.
Toepassingskaart 4: Praktijkanalyse
De klarinet is een Rooms Katholieke basisschool. Dat betekent dat ze voor de kinderen meer willen zijn dan alleen de aandragers van leerstof. Ze willen dat elk kind zich kan ontwikkelen tot een persoon, die de zin van het leven ziet. Normen en waarden zijn daarbij van groot belang. De manier van omgaan met elkaar neemt daarin een centrale plaats in. Begrip en respect voor de ander, de anders-gelovigen, de anders-denkenden en de wereld om ons heen loopt als een rode draad door ons onderwijs. Er wordt ook bewust geen onderscheid gemaakt in het aanname beleid van onze school. Er zijn momenten die nadrukkelijk godsdienstig zijn. Ze bidden, zingen, werken met de methode godsdienstige en levensbeschouwelijke vorming en staan stil bij de hoogtepunten van het kerkelijk jaar. Daarnaast proberen ze recht te doen aan de mogelijkheden van de kinderen, zodat ze zich optimaal ontwikkelen tot zelfstandige mensen.De school biedt de kinderen de gelegenheid om zich in een sfeer van veiligheid en geborgenheid te ontwikkelen.
De school heeft het doel de kinderen zo op te leiden dat ze zich kunnen redden in de maatschappij. Het geloof speelt daarin ook een belangrijke rol.
De school heeft ook veel aandacht besteedt aan de omgeving van de school. Ze willen dat de omgeving veilig en schoon is. Als er troep op of om het schoolplein ligt wordt het opgeruimd en qua verkeer is het een veilig gebied. De hekken worden tijdens het buitenspelen altijd dichtgedaan.
2. Je beschrijft de sociaal-maatschappelijke omgeving waarin de school zich bevindt ( denk aan: bevolkingssamenstelling, sociaal-economische gegevens, etc.)
De gemeente telt op 1 april 2011 22.731 inwoners. De basisschool ligt in Lisse, in het deel 'De Poelpolder'. De grootste politieke partij is op dit moment de VVD. De burgemeester is C. Langelaar.
Het gemiddelde inkomen is 13.700 euro per jaar. (2006)
De gemiddelde WOZ waarde is 267.000 euro per jaar. (2008)
WW uitkeringen: 16 per 1000 inwoners. (2007)
En 450 inwoners per 1000 inwoners is in het bezit van een auto. (2007)
De grootste groep is tussen de 40 en 49 jaar oud.
Er zijn 13 scholen in Lisse, waarvan 10 basisscholen.
3. Je brengt de leerlingenpopulatie van de school in kaart. Je geeft een beeld van de opbouw van de schoolbevolking. Denk hierbij bijvoorbeeld aan:
- etnische achtergronden
- sociale-economische positie
- gezinssamenstelling
- thuistaal
Op basisschool de klarinet is bijna geen variatie in etnische achtergronden. Bijna alle kinderen komen uit Nederland en hebben de Nederlandse cultuur. Er zijn enkele kinderen uit Turkijke of met Turkse ouders en enkele kinderen met Marokkaanse cultuur en ouders.
Daarnaast zitten er 2 poolse kinderen op school en een aantal Chinese kinderen.
Tussen de sociaal economische positie zijn ook niet veel verschillen. Bij de meeste kinderen werkt de vader fulltime, de moeder parttime. Er zijn ook moeder die helemaal niet werken. De inkomens zijn gemiddeld 13.700 euro per jaar.
Bij de gezinssamenstelling zijn er wel enigszinds verschillen. Er zijn éénouder gezinnen, waarvan bijvoorbeeld 1 ouder overleden is, of waarvan de ouders gescheiden zijn.
Een groot deel van de kinderen is enig kind. Het grootste gedeelte van de kinderen zijn met 2 of meer kinderen thuis.
Bij vrijwel alle kinderen wordt thuis Nederlands gesproken. We hebben 1 meisje op school die Pools is, en nog nauwelijks Nederlands verstaat omdat er thuis ook alleen Pools gesproken wordt.
4. Je geeft de manier van samenwerken aan tussen school en
- ouders
- onderwijsondersteuning
- de wijk (bijv. politie, wijkcentrum, gebedshuis, GG & GD, naschoolse opvang KDV, etc.)
Ouders:
Je kunt als ouder lid worden van de schoolraad. Je kunt lid worden van de medezeggeschapsraad. Daarnaast is er mogelijkheid om lid te worden van de oudervereniging. Daarnaast is er mogelijkheid om je als ouder aan te melden als hulpouder, om een aantal dagen in de week/maand te helpen in en om de klas. Daarnaast staat de school open voor meningen en ideeen van de ouders.
Er wordt gecommuniceerd met ouders door:
*algemene informatieavond aan het begin van het schooljaar
*de 10-minuten gesprekken, 3 maal per jaar voor alle ouders
*de rapporten
*de spontane gesprekken van leerkrachten met ouders
*de leerkracht maakt een afspraak met de ouders, of andersom
*de gesprekken na de toets in groep 2
*de gesprekken n.a.v. de cito-entree toets in de groepen 6 en 7
*de adviesgesprekken keuze vervolgonderwijs in groep 8
*algemene informatie in de weekbrief ‘de Notenbalk’
*via de eigen internetsite
Onderwijsondersteuning:
De klarinet is onderdeel van de Sophiastichting.
De ontwikkeling van de kinderen wordt gevolgd door middel van een dossier. Hierin staan verslagen, voorvallen, achtergrondinformatie enz.
De ontwikkeling wordt ook gevolgd door middel van observaties, toetsen en een leerlingvolgsysteem: 'de Kijk'.
De klarinet is ook aangesloten bij het samenwerkingsverband "Weer samen naar school, Duin- en Bollenstreek".
Daarnaast is de school aangesloten bij de Gemeenschappelijke gezondheidsdienst (GGD) Duin- en Bollenstreek. Zij doen een preventief onderzoek bij de kinderen.
Ten slotte is de school aangesloten bij de jeugdgezondheidszorg. Deze bestaat uit een vast team met een jeugdarts, sociaal-verpleegkundige, assistente JGZ en een logopediste.
Daarnaast is er een intern begeleider op de school.
De wijk:
De school staat in ieder geval in contact met de RK Kerk, het is tenslotte een RK basisschool. Ook de GGD staat in verband met de school. De Klarinet maakt gebruik van verschillende naschoolse opvangen. Zo is er bijvoorbeeld 1 naschoolse en voorschoolse opvang in de school. Daarnaast is er ook nog een peuterspeelzaal in de school waar de jongere broertje/zusjes/of andere kinderen kunnen verblijven terwijl de ouders werken.
5. Je geeft aan welke specitieke activiteiten en vaardigheden het onderhouden van dit netwerk van een leerkracht vraagt.
De leerkracht moet allereerst op de hoogte zijn. De leerkracht moet de dossiers netjes bijhouden, zodat informatie, indien nodig, kan worden verstrekt en kan worden opgezocht.
De leerkracht moet gesprekken voeren met ouders, logopediste, arts enz. Zo is hij/zij op de hoogte van alles wat speelt rondom de gezondheid, interesses en leerprestaties van de kinderen.
6. Je bekijkt een aardrijkskunde- en geschiedenismethode en geeft de mate van interculturaliteit aan.
De methodes hebben allebei afbeeldingen van zowel blanke kinderen als gekleurde kinderen. De methodes beschrijven ook aspecten van andere landen en culturen. In de aardrijkskundemethode wordt veel aandacht besteed aan de verschillende landen, culturen, inwoners en gewoonten. In de geschiedenismethode wordt daar minder aandacht aanbesteed. Er wordt wel wat aandacht besteed aan de herkomst.