
donderdag 8 december 2011
Toepassingskaart 9: Rekenen vanuit een ander perspectief

Toepassingskaart 8: Nederlands als tweede taal: Woordenschatdidactiek
De 3 lessen moeten wel op de blog komen.
Het boek dan in mijn woordenschatlessen centraal staat is het boek:

De 4 fasen van het woordenschatonderwijs zijn:
- Voorbewerken
- Semantiseren
- Consolideren
- Controleren
Les 1: Voorbewerken van het thema en de nieuwe woorden.
Dit moet een pakkende, leuke, andere ervaringen zijn voor de kinderen. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat iets humoristisch sterk de leerresultaten kan bevorderen. Het gaat er bij de voorberwerking om om de leerlingen te motiveren voor het aan te leren woord, 'een pakkende start'.
De leerkracht komt de les in, gekleed in rare kleding met raar hoedje en dergelijke. De kinderen zullen gaan lachen en vreemd opkijken. De leerkracht maakt wat gekke passen, gaat dan op zijn stoel zitten en pakt het boek 'Kikker en de vreemdeling' uit zijn tas. Als alle kinderen luisteren begint hij te lezen. Het verhaal wordt helemaal uit gelezen en achteraf wordt met de kinderen besproken wie er in het verhaal voorkwamen en de verloop van het verhaal.
Les 2: Semantiseren van de moeilijke woorden in het boek
De leerkracht leest nogmaals het prentenboek voor. Dit keer worden alle moeilijke woorden op een groot vel geschreven, eventueel met een plaatje erachter. De kinderen proberen eerst de betekenis te raden. Daarna zijn er eventueel kinderen die de betekenis al weten. Als ze er niet uitkomen, kan de leerkracht de betekenis geven. Het belangrijkste hiervan is dat de leerkracht de nieuwe woorden koppelt aan al eerder opgedane kennis. De kinderen kunnen zo hun netwerk uitbereiden en de nieuwe woorden koppelen aan eerder geleerde woorden. Zo zullen de nieuwe woorden eerder blijven hangen.
Dit kan ook aan de hand van de 3 uitjes: uitbeelden, uitleggen, uitbereiden.
Met de kinderen worden op deze manier alle moeilijke worden doorgenomen. Denk bijvoorbeeld aan de volgende woorden:
- Vreemdeling
- Rat
- Indringer
- Sluipen
- Reizen
- Reiziger
- Buitensluiten
- Vooroordelen
Enzovoort.
De woorden en betekenissen worden met behulp van plaatjes netjes op het grote vel geschreven en deze wordt in de klas opgehangen zodat de kinderen hier naar kunnen kijken. Om te consolideren ( herhalen ) wordt hier dagelijk naar gekeken. De kinderen kunnen op deze manier de informatie verwerken en opslaan.
Les 3: Controleren van de geleerde woorden
De woorden worden gecontroleerd door met de kinderen een soort quiz te spelen. Dit vinden kinderen heel leuk om te doen en de leerkracht kan meteen zien wie de woorden beheerst en wie nog extra oefening nodig heeft. Aan de hand daarvan kan extra oefeningen gemaakt worden of juist verrijkende oefeningen.
Welke doelen zijn er voor deze lessenserie?:
De kinderen zijn na deze lessen serie thuis in de woorden die bij dit boek horen. Ze kennen onder andere de woorden:
- Vreemdeling
- Rat
- Indringer
- Sluipen
- Reizen
- Reiziger
- Buitensluiten
- Vooroordelen
De kinderen hebben daarnaast kennis gemaakt met het thema buitensluiten en vooroordelen. De kinderen hebben op deze manier ook gewerkt aan hun sociaal- emotionele vaardigheden. Ze hebben geleerd dat je mensen niet mag buitensluiten op vooroordelen of uiterlijk. Je moet mensen een kans geven en mensen leren kennen voordat je een oordeel over ze velt.
Welke doelen zijn er voor mezelf als leerkracht?:
Oefenen met het maken van een lessenserie voor de woordenschat en deze ook geven. Daarnaast is het ook een leerdoel om extra oefening en extra verrijking aan te bieden voor de kinderen die dit nodig hebben.
Toepassingskaart 7: De wereld door de ogen van...
In de wijk heeft hij veel vriendjes, mooie speelgelegenheden en hij woont vlak blij school.
Toepassingskaart 6: Interculturele communicatie
*Aangezien ik zelf geen stage heb gelopen op een interculturele school heb ik dit interview samen gedaan met Savannah. Zij liep stage in Haarlem op 'De Meer'.
'Zijn er ouders die niet of nauwelijk Nederlands spreken?'
Ja, deze zijn er zeker. Negentig procent van de kinderen bij ons op school heeft een allochtone achtergrond.
Er komen regelmatig kinderen in de kleuterklas binnen die nog geen woord Nederlands spreken.
Vaak spreken de ouders van deze kinderen ook geen Nederlands. Dit is zeer lastig communiceren zowel met ouders als met de kinderen.
'Hoe ga je hier mee om?'
Het communiceren met ouders die geen Nederlands spreken is zeer lastig.
Het communiceren gaat vaak met handen en voeten en het gebrekkig Nederlands wat de ouders spreken.
Ouders komen ook minder snel vragen stellen dan ouders die de taal goed beheersen. Als ze dan wel een dringende vraag hebben of iets niet snappen wat in een brief heeft gestaan gaan ze het eerst aan andere ouders met dezelfde moedertaal vragen. Zo hoeven ze niet langs de leerkracht. Ik merk vaak dat ouders zich schamen/onprettig voelen als ze taal niet beheersen en dan iets aan de leerkracht moeten vragen. Wat ook vaak gebeurt als oplossing is dat een ouder een andere ouder meeneemt die dan als een soort tolk functioneert. Vaak als de ouders gebrekkig/geen Nederlands spreken, spreken de kinderen dit ook. Ik vind dit vooral lastig, omdat de kinderen veel extra hulp krijgen op school en we de kinderen vaak materiaal meegeven om thuis te oefenen. Dit is vaak lastig aan de ouders uit te leggen. Hoe moeten de kinderen dit doen? Hoe kunnen de ouders hierbij helpen enz. Maar ook zien de ouders hier vaak tegenop, omdat ze zelf te stof ook niet kennen.Als ik met ouders spreek met een buitenlandse achtergrond, spreek ik vaak langzamer en herhaal ik de zinnen vaker. Ook vraag ik vaker of de ouders het begrijpen.
'Welke verschillen merk je tussen de Nederlandse ouders en buitenlandse ouders als het om communicatie gaat?'
Als de ouders de taal goed beheersen dan zijn de verschillen al veel minder. Nederlandse ouders komen vaker even een praatje maken over hun kind. Maar als de ouders de Nederlandse taal zelf ook goed beheersen, gaat het communiceren veel gemakkelijker.Dus komen ze eerder even een praatje maken of vragen stellen over hun kind. Dus ik denk niet dat er veel verschillen zijn tussen de culturen bijvoorbeeld maar dat de taal voor een grote drempel zorgt bij de ouders om bijvoorbeeld dingen te komen vragen. Want als de taal goed beheest wordt, dan zijn de allochtone ouders vaak ook kritischer. Er worden meer vragen gesteld en het onderwijs wordt vaak als heel belangrijk gezien. Hier worden dan ook meer vragen over gesteld. Dit doen ouders pas als ze zelf de taal beheersen.
Als school vinden we ouder betrokkenheid een belangrijk punt. We zijn bezig om ervoor te zorgen dat dit groter wordt. Juist omdat de meeste ouders de taal niet spreken of heel slecht is de betrokkenheid nog niet groot. Vaak wordt de betrokkenheid pas groter als de ouders de taal spreken. Daarom hebben we als school dit als een groot verbeterpunt. Zo heeft iedere klas nu klassenouders. Dit zijn ouders die veel dingen regelen voor de klas. Bijvoorbeeld hulp bij activiteiten. De klassenouders kunnen dan communiceren met de andere ouders. Als het nodig is in hun eigen taal. Waardoor de drempel voor ouders lager wordt.
'Op welke manier probeer je communicatie te bevorderen/ te verbeteren?'
Ik probeer door vragen te stellen aan de ouders over bijvoorbeeld zwangerschap, ziekte of feestdag. Zo ben ik geinteresseerd in hun leven en probeer ik een beter band op te bouwen, waardoor ik hoop dat de ouders sneller naar mijn toe komen als er wat aan de hand is. Ook als ze de taal niet spreken. Dit is niet erg en door te spreken leren ze te taal juist. Ook door de klassenouders hoop ik dat de drempel voor ouders lager wordt om meer betrokken zijn bij de school.
Toepassingskaart 5: Artikelen en stellingen
http://weblogs.nrc.nl/onderwijsblog/2009/10/10/geen-hoofddoek-op-school-dan-ook-geen-kruis/
-Waargaat het artikel over?
De vraag of scholen religieuze uitingen, zoals hoofddoek en kruis mag verbieden.
- Waarom heb je dit artikel gekozen?
Is al veel onenigheid en ophef over. Het is een interessant onderwerp.
- Heeft dit artikel je mening bijgesteld?
Nee. Op een openbare school moet alles toegestaan zijn. Chriselijke scholen mogen een hoofddoek verbieden. Islamistisch scholen mogen kruizen verbieden.
- Stelling:
Op openbare scholen mogen kinderen hun religie uiten d.m.v. bijvoorbeeld een hoofddoek of een kruisje.
Artikel 2: Schooluitje: Moskee noemt ongelovigen 'honden'.
http://www.elsevier.nl/web/10188710/Nieuws/Nederland/Schooluitje-moskee-noemt-ongelovigen-honden.htm?long=true
- Waar gaat dit artikel over?
Bij een uitstapje om respect voor andere geloven te stimuleren werd door de voorzitter van de moskee uitgesproken dat ongelovigen onder meer 'honden' zouden zijn.
- Waarom heb je dit artikel gekozen?
Ik vind het zo absurd dat deze man dit durft uit te spreken, terwijl de leerlingen daarheen gaan om respect te krijgen voor de cultuur.
- Heeft dit artikel je mening bijgesteld?
Nee
- Stelling:
Mensen/kinderen moeten respect ontwikkelen voor verschillende godsdiensten en een vrije godsdienstkeuze.
Artikel 3: Gemengde scholen zijn geen wondermiddel
http://vorige.nrc.nl/article1940964.ece
- Waar gaat het artikel over?
Gemengde scholen zouden moeten zorgen voor een betere integratie. Maar door de taalachterstand is dit niet haalbaar. De taalsterken krijgen in een groepje buiten de klas les, waardoor de taalzwakke kinderen zich achtergesteld voelen.
- Waar heb je dit artikel gekozen?
Het is een interessant onderwerp. Het is een nieuwe kijk op gemengde klassen.
- Heeft dit artikel je mening bijgesteld?
Ja. Ik heb er nog niet op deze manier over nagedacht.
- Stelling:
De overheid moet er voor zorgen dat kinderen zoveel mogelijk op gemengde scholen komen, waar ze niet apart, maar sámen leren over verschillende godsdiensten.
Artikel 4: Wijk weer witter, klas blijft zwart
http://vorige.nrc.nl/binnenland/article1940967.ece/Wijk_weer_witter,_klas_blijft_zwart_
- Waar gaat dit artikel over?
De leerlingenpopulatie moet grofweg overeenomen met de etnische samenstelling van de buurt. Er zijn nu veel 'te witte' of 'te zwarte' scholen.
- Waar heb je dit artikel gekozen?
Het is een interessant onderwerp. Ik had dit niet verwacht.
- Heeft dit artikel je mening bijgesteld?
Nee. Ik vind dat scholen meer gemengd moeten zijn.
- Stelling:
In een multicultureel land als Nederland, moeten mensen samen opgroeien.
Artikel 5: Socioloog Dronkers: Gemengde school slecht voor allochtoon en autochtoon
http://weblogs.nrc.nl/onderwijsblog/2010/06/17/socioloog-dronkers-gemengde-school-slecht-voor-allochtoon-en-autochtoon/
- Waar gaat dit artikel over?
Uit onderzoek blijkt dat zowel autochtone kinderen als allochtone kinderen met een migrantenachtergrond slechtere resultaten behalen op etnisch sterk gemengde scholen dan op etnisch homogene scholen.
- Waarom heb je dit artikel gekozen?
Het geeft weer een nieuwe kijk op 'gemengde scholen'.
- Heeft dit artikel je mening bijgesteld?
Nee. Hij geeft bijna geen resulaten, maar alleen een mening.
- Stelling:
We moeten streven naar gemengde scholen waar zowel allochtone als autochtone kinderen tot hun recht kunnen komen.
Toepassingskaart 4: Praktijkanalyse
De klarinet is een Rooms Katholieke basisschool. Dat betekent dat ze voor de kinderen meer willen zijn dan alleen de aandragers van leerstof. Ze willen dat elk kind zich kan ontwikkelen tot een persoon, die de zin van het leven ziet. Normen en waarden zijn daarbij van groot belang. De manier van omgaan met elkaar neemt daarin een centrale plaats in. Begrip en respect voor de ander, de anders-gelovigen, de anders-denkenden en de wereld om ons heen loopt als een rode draad door ons onderwijs. Er wordt ook bewust geen onderscheid gemaakt in het aanname beleid van onze school. Er zijn momenten die nadrukkelijk godsdienstig zijn. Ze bidden, zingen, werken met de methode godsdienstige en levensbeschouwelijke vorming en staan stil bij de hoogtepunten van het kerkelijk jaar. Daarnaast proberen ze recht te doen aan de mogelijkheden van de kinderen, zodat ze zich optimaal ontwikkelen tot zelfstandige mensen.De school biedt de kinderen de gelegenheid om zich in een sfeer van veiligheid en geborgenheid te ontwikkelen.
De school heeft het doel de kinderen zo op te leiden dat ze zich kunnen redden in de maatschappij. Het geloof speelt daarin ook een belangrijke rol.
De school heeft ook veel aandacht besteedt aan de omgeving van de school. Ze willen dat de omgeving veilig en schoon is. Als er troep op of om het schoolplein ligt wordt het opgeruimd en qua verkeer is het een veilig gebied. De hekken worden tijdens het buitenspelen altijd dichtgedaan.
2. Je beschrijft de sociaal-maatschappelijke omgeving waarin de school zich bevindt ( denk aan: bevolkingssamenstelling, sociaal-economische gegevens, etc.)
De gemeente telt op 1 april 2011 22.731 inwoners. De basisschool ligt in Lisse, in het deel 'De Poelpolder'. De grootste politieke partij is op dit moment de VVD. De burgemeester is C. Langelaar.
Het gemiddelde inkomen is 13.700 euro per jaar. (2006)
De gemiddelde WOZ waarde is 267.000 euro per jaar. (2008)
WW uitkeringen: 16 per 1000 inwoners. (2007)
En 450 inwoners per 1000 inwoners is in het bezit van een auto. (2007)
De grootste groep is tussen de 40 en 49 jaar oud.
Er zijn 13 scholen in Lisse, waarvan 10 basisscholen.
3. Je brengt de leerlingenpopulatie van de school in kaart. Je geeft een beeld van de opbouw van de schoolbevolking. Denk hierbij bijvoorbeeld aan:
- etnische achtergronden
- sociale-economische positie
- gezinssamenstelling
- thuistaal
Op basisschool de klarinet is bijna geen variatie in etnische achtergronden. Bijna alle kinderen komen uit Nederland en hebben de Nederlandse cultuur. Er zijn enkele kinderen uit Turkijke of met Turkse ouders en enkele kinderen met Marokkaanse cultuur en ouders.
Daarnaast zitten er 2 poolse kinderen op school en een aantal Chinese kinderen.
Tussen de sociaal economische positie zijn ook niet veel verschillen. Bij de meeste kinderen werkt de vader fulltime, de moeder parttime. Er zijn ook moeder die helemaal niet werken. De inkomens zijn gemiddeld 13.700 euro per jaar.
Bij de gezinssamenstelling zijn er wel enigszinds verschillen. Er zijn éénouder gezinnen, waarvan bijvoorbeeld 1 ouder overleden is, of waarvan de ouders gescheiden zijn.
Een groot deel van de kinderen is enig kind. Het grootste gedeelte van de kinderen zijn met 2 of meer kinderen thuis.
Bij vrijwel alle kinderen wordt thuis Nederlands gesproken. We hebben 1 meisje op school die Pools is, en nog nauwelijks Nederlands verstaat omdat er thuis ook alleen Pools gesproken wordt.
4. Je geeft de manier van samenwerken aan tussen school en
- ouders
- onderwijsondersteuning
- de wijk (bijv. politie, wijkcentrum, gebedshuis, GG & GD, naschoolse opvang KDV, etc.)
Ouders:
Je kunt als ouder lid worden van de schoolraad. Je kunt lid worden van de medezeggeschapsraad. Daarnaast is er mogelijkheid om lid te worden van de oudervereniging. Daarnaast is er mogelijkheid om je als ouder aan te melden als hulpouder, om een aantal dagen in de week/maand te helpen in en om de klas. Daarnaast staat de school open voor meningen en ideeen van de ouders.
Er wordt gecommuniceerd met ouders door:
*algemene informatieavond aan het begin van het schooljaar
*de 10-minuten gesprekken, 3 maal per jaar voor alle ouders
*de rapporten
*de spontane gesprekken van leerkrachten met ouders
*de leerkracht maakt een afspraak met de ouders, of andersom
*de gesprekken na de toets in groep 2
*de gesprekken n.a.v. de cito-entree toets in de groepen 6 en 7
*de adviesgesprekken keuze vervolgonderwijs in groep 8
*algemene informatie in de weekbrief ‘de Notenbalk’
*via de eigen internetsite
Onderwijsondersteuning:
De klarinet is onderdeel van de Sophiastichting.
De ontwikkeling van de kinderen wordt gevolgd door middel van een dossier. Hierin staan verslagen, voorvallen, achtergrondinformatie enz.
De ontwikkeling wordt ook gevolgd door middel van observaties, toetsen en een leerlingvolgsysteem: 'de Kijk'.
De klarinet is ook aangesloten bij het samenwerkingsverband "Weer samen naar school, Duin- en Bollenstreek".
Daarnaast is de school aangesloten bij de Gemeenschappelijke gezondheidsdienst (GGD) Duin- en Bollenstreek. Zij doen een preventief onderzoek bij de kinderen.
Ten slotte is de school aangesloten bij de jeugdgezondheidszorg. Deze bestaat uit een vast team met een jeugdarts, sociaal-verpleegkundige, assistente JGZ en een logopediste.
Daarnaast is er een intern begeleider op de school.
De wijk:
De school staat in ieder geval in contact met de RK Kerk, het is tenslotte een RK basisschool. Ook de GGD staat in verband met de school. De Klarinet maakt gebruik van verschillende naschoolse opvangen. Zo is er bijvoorbeeld 1 naschoolse en voorschoolse opvang in de school. Daarnaast is er ook nog een peuterspeelzaal in de school waar de jongere broertje/zusjes/of andere kinderen kunnen verblijven terwijl de ouders werken.
5. Je geeft aan welke specitieke activiteiten en vaardigheden het onderhouden van dit netwerk van een leerkracht vraagt.
De leerkracht moet allereerst op de hoogte zijn. De leerkracht moet de dossiers netjes bijhouden, zodat informatie, indien nodig, kan worden verstrekt en kan worden opgezocht.
De leerkracht moet gesprekken voeren met ouders, logopediste, arts enz. Zo is hij/zij op de hoogte van alles wat speelt rondom de gezondheid, interesses en leerprestaties van de kinderen.
6. Je bekijkt een aardrijkskunde- en geschiedenismethode en geeft de mate van interculturaliteit aan.
De methodes hebben allebei afbeeldingen van zowel blanke kinderen als gekleurde kinderen. De methodes beschrijven ook aspecten van andere landen en culturen. In de aardrijkskundemethode wordt veel aandacht besteed aan de verschillende landen, culturen, inwoners en gewoonten. In de geschiedenismethode wordt daar minder aandacht aanbesteed. Er wordt wel wat aandacht besteed aan de herkomst.
Toepassingskaart 3: De wijk in!
*Omdat ik nog in het ziekenhuis lag na mijn operatie heb ik niet meegelopen met de wijkwandeling. Ik heb daarom afgesproken te helpen met de voorbereidingen en de uitwerkingen. Ik heb 2 weken bijna niet mogen lopen, dus het was voor mij niet mogelijk om de wijkwandeling alsnog te doen.*
A: Bezoek aan een (binnen)stadsschool
Op donderdag 22 december hebben we een interview gehad met de intern begeleider Angela Schilpzand van de interconfessionele basisschool de Meer in Haarlem. Een verslag van dit interview is in toepassingskaart 4, de Praktijkanalyse te lezen.
B: Maken van een wijkwandeling
Wij hebben een wijkwandeling gemaakt in de wijk ‘Schalkwijk’ te Haarlem. Dit stadsdeel is het grootste stadsdeel van Haarlem en bestaat uit de volgende vier wijken: Molenwijk, Europawijk, Boerhaavewijk en Meerwijk. Voor de praktijkanalyse hebben wij gekozen voor basisschool de Meer in de wijk Meerwijk. Zodoende hebben wij ervoor gekozen om de wijkwandeling te doen in Meerwijk en de aansluitende wijk Boerhaavewijk.
Schalkwijk is een multiculturele buurt met veel verschillende nationaliteiten. In de jaren zestig zijn de meeste huizen gebouwd vanwege de woningnood die er toen was. Dat uit zich in de vele flatgebouwen die er in deze wijk te vinden zijn. De wijk is door de jaren heen erg verloederd, maar is nu weer in opbloei. In de Meerwijk is nu veel nieuwbouw te vinden met blokken rijtjeshuizen en veel groengebieden. Basisschool de Meer is onderdeel van zo’n nieuwbouwproject ‘Nieuw Meerwijk’. Basisschool de Meer is onderdeel van een brede school. Daaromheen zijn nieuwe huizen en appartementen gebouwd en een klein winkelcentrum met een ondergrondse garage voor bezoekers. Boerhaavewijk daarentegen ziet er wat ouder en wat meer verloederd uit.
De straten zijn breed opgezet met veel auto- en busverkeer en een apart fietspad. Er zijn weinig fietsers te zien, maar dat heeft wellicht te maken met het tijdstip waarop we de wandeling gemaakt hebben en het regenachtige weer dat er toen was. Op doorgaande wegen zijn veel stukken gras of andersoortig groen te zien. In de wijken zie je bij de flatgebouwen grotere stukken grasveld, met soms een speeltuin erbij. Bijna elke eengezinswoning in deze wijken heeft een kleine tuin aan de voor- en achterkant. De huizen aan de oostkant van de wijken Meerwijk en Boerhaavewijk hebben uitzicht op weiland of natuurgebied. De blokken rijtjeshuizen zien er grotendeels verzorgd en goed onderhouden uit. Ze worden vaak ingesloten door flatgebouwen die er toch wat viezer en minder goed onderhouden uit zien. Dit geeft een heel afwisselend straatbeeld.
De speelgelegenheden voor kinderen is heel wisselend. Bij de grote flatgebouwen hebben we een voetbalkooi en basketbalkooi gezien. In de woonwijken met rijtjeshuizen hebben we meer schommels, glijbanen en andere speeltoestellen gezien. Het schoolplein van basisschool de Meer is te vinden op het dak van het gebouw en is tevens na schooltijd toegankelijk voor de kinderen. Het schoolplein kan afgesloten worden, maar in praktijk spelen kinderen ook na schooltijd op het plein. Via een trap vanaf het schoolplein kom je op het Leonardo Da Vinciplein terecht, waar een klein winkelcentrum gevestigd is. Dit winkelcentrum bestaat onder andere uit een supermarkt, Primera en Kruidvat. Zowel in Boerhaavewijk als in Meerwijk zijn overal kleine rijen winkels te vinden op de begane grond van lage flatgebouwen. Zo zijn we een Turkse supermarkt tegengekomen, een Nederlandse bakkerij die ook Turks brood, Turkse pizza en baklava verkoopt en een Chinees afhaalrestaurant. Daarnaast is er een multiculturele snackbar en de bekende goedkope winkelketen Lidl te vinden. Kijkend naar de winkels verwacht je een multiculturele wijk, waarbij rekening wordt gehouden met de voorkeur voor producten van de wijkbewoners.
Bij veel gebouwen kun je meteen van een bord aflezen wat er in dat gebouw te vinden is. Bijvoorbeeld een Islamitische basisschool, een kinderopvang of buurtcentrum. Tevens is er een Rooms-katholieke kerk in de wijk te vinden en zo’n honderd meter verderop staat de moskee. De straten zijn vooral genoemd naar wetenschappers of politici, zoals Leonardo Da Vinci, Robert Koch of Gustav Stresemann. We hebben tijdens onze wandeling geen stadskantoor, bank of bibliotheek gezien. Deze voorzieningen zijn waarschijnlijk te vinden in het grote winkelcentrum van Schalkwijk aan de westkant van Meerwijk en Boerhaavewijk. Aan die kant van de wijk is ook meer werkgelegenheid te vinden in de vorm van kantoren en diensten.
Basisschool de Meer is onderdeel van een brede school en deelt het gebouw met een openbare school die aan de andere kant van het gebouw gevestigd is. In de wijk komt het vaker voor dat scholen gecentreerd bij elkaar liggen. Zo staan er in Boerhaavewijk een openbare, Katholieke en Islamitische school vlak naast elkaar. Aan de overkant daarvan zie je een paar hoge flatgebouwen.
Er zijn geen duidelijke signalen van subculturen in de wijk aanwezig, zoals graffiti op de muren of posters. Het straatbeeld is redelijk schoon. Je ziet wel groepjes mensen lopen, met name vrouwen met een hoofddoek of mannen met een keppeltje op die een wandeling maken. Tijdens onze wijkwandeling was het vrij rustig op straat, op de razende auto’s na. Waarschijnlijk had dat met het regenachtige weer en het tijdstip te maken. Later op de dag gingen we namelijk naar de moskee, waar veel meer beweging in de buurt te zien was.
Het is ons door de wijkwandeling duidelijk geworden dat de wijken Boerhaavewijk en Meerwijk in het multiculturele stadsdeel Schalkwijk in opbloei zijn. Dat is duidelijk te zien aan de goedverzorgde nieuwbouwwoningen, het groen en het schone en afwisselende straatbeeld. Het is een multiculturele wijk, waarbij er ruimte is voor alle culturen en waar in het aanbod van producten ook rekening wordt gehouden met de lokale bevolking.
C: Bezoek aan tempel, moskee of synagoge
Op donderdag 22 december hebben we de rooms-katholieke Moeder van de Verlosserkerk in Haarlem-Schalkwijk bezocht en de Moskee van Stichting Islamitisch Cultureel Centrum Haarlem.
Bezoek aan de rooms-katholieke Moeder van de Verlosserkerk
Aangezien de moskee ’s ochtends nog gesloten was, liepen we de Moeder van de Verlosserkerk binnen. De vrijwilligers die aanwezig waren, hadden ons met open armen ontvangen. Ze waren nieuwsgierig naar wie wij waren en wat we kwamen doen. Een vrijwilliger had aan de pastoor gevraagd of hij even tijd had om ons een rondleiding door de kerk te kunnen geven. Na even gewacht te hebben, kregen we een rondleiding van Pastor Alfons Bartholomée door de kerk. Tijdens de rondleiding gaf de pastoor veel informatie over de kerk en was er vanuit onze kant de mogelijkheid om vragen te stellen.
Wordt de kerk nog veel gebruikt voor bruiloften?
Helaas wordt de kerk niet zo vaak meer voor bruiloften gebruikt. De kerk wordt nu vaker gebruikt voor doopsels en voor begrafenissen. Dit jaar hebben we bijvoorbeeld maar drie bruiloften gehad en vijfenveertig begrafenissen.
Wat doet de kerk voor de wijk?
Op een straatlengte afstand van de kerk ligt de Islamitische school Al Ikhlaas. De pastoren van deze kerk geven daar één keer per week godsdienstles aan de leerlingen. De kerk heeft een nauw samenwerkingscontact met die school en de school heeft ook een paar keer per jaar vieringen in de kerk. De Moeder van de Verlosserkerk heeft ook een kantine, waar de mensen na afloop van de dienst een kopje koffie kunnen drinken en met elkaar kunnen praten. De kerk staat ook altijd open voor mensen en men kan altijd binnenlopen om iets te vragen of om te bidden.
Heeft uw kerk ook contact met andere geloofsgemeenschappen in de wijk?
De pastoor die hier een aantal jaar geleden de diensten deed, had veel contact met andere geloofsgemeenschappen. Maar omdat ik een pastoor in opleiding ben en de pastoor, die we nu hebben, vaak weg is om diensten te geven in andere kerken, hebben wij niet zoveel contact met andere geloofsgemeenschappen.
Komen er nog veel mensen naar de kerkdiensten toe?
Helaas komen er vandaag de dag niet zoveel mensen meer naar de kerk. Dit komt waarschijnlijk door de vergrijzing maar ook omdat veel jongeren het geloof niet meer interessant vinden. We proberen wel om de jongeren steeds naar de kerk toe te trekken en we hebben speciale vieringen voor de jongeren en de jeugd.
Bezoek aan de moskee van Stichting Islamitisch Cultureel Centrum Haarlem
In de middag van donderdag 22 december gingen we op bezoek bij de moskee in Haarlem-Schalkwijk. Een islamitische mevrouw die daar Arabische les aan andere vrouwen aan het geven was, ontving ons met open armen. Wij als vrouwen mochten alleen het vrouwengedeelte van de moskee in. Bij het binnengaan van de moskee werd ons ook verzocht om onze schoenen uit de doen, wat volgens de islamitische traditie is. De vrouw liet ons de gebedsruimte voor de vrouwen zien en gaf daar verdere informatie over.
Welke betekenis heeft een moskee voor een moslim en welke rol speelt een moskee in de moslimgemeenschap?
Een moskee is erg belangrijk voor ons. Een moskee wordt altijd door een moslimgemeenschap gebouwd en dat is bij deze moskee dus ook het geval. De moskee is niet alleen een plek om te bidden. De meeste islamitische mensen bidden niet vijf keer op een dag in de moskee, maar op andere plekken. Vrouwen en kinderen kunnen in de moskee ook Arabische lessen volgen. Het is daarnaast een plek om elkaar te ontmoeten. Ze leren de meisjes ook hoe je jezelf moet schoonmaken en hoe je je moet gedragen.
Wat doet deze moskee voor de mensen in de wijk?
Dat weet ik niet goed. Daarvoor moet je bij het bestuur zijn. Wel hebben we pas geleden een barbecue gehouden in de buurt. Alle omwonenden waren welkom.
Heeft u wel eens klachten gehad in de buurt?
Nee, we kunnen erg goed opschieten met de omwonende mensen.
Heeft uw moskee ook contact met andere geloofsgemeenschappen in de wijk?
Dat weet ik niet. Daarvoor moet je bij het bestuur zijn. (Helaas konden we niemand van het bestuur spreken, omdat die leden aan de mannenkant van de moskee aan het bidden waren, waar we niet naartoe mochten.)
Foto’s







Toepassingskaart 1: Zelfanalyse
- Ik ben opgegroeid in een gezin met mijn vader, moeder en een jonger zusje.
- Mijn moeder is in Duitsland geboren, waardoor ik nog familie in Duitsland heb wonen.
- Ik ben opgegroeid in een dorpje en ben nooit verhuist.
- Ik zat op een sportclub waar ik ook veel vrienden en vriendinnnetjes had.
- Ik ben Rooms Katholiek opgevoed.
2. Met welke sociale groep ( of groepen) identificeer je je moemnteel het meest? (bijv. familie, leeftijdsgenoten uit de wijk waar je woont, studentenvereniging, uitgaans-scene, hockeyteam, etc.)
- Met mijn familie. Ik woon nog steeds thuis en heb het daar altijd naar mijn zin gehad en nu nog steeds. Ik heb ook een goede band met de rest van mijn familie van mijn vaders kant. De familie van mijn moeders kant woont nog steeds in Duitsland en zie ik om die reden niet zo vaak.
- Mijn vriendengroep. Ik vind het heel fijn om onder de mensen te zijn. Ik vind het fijn om met vrienden dingen af te spreken.
3. Welke voor jou geldende specifieke acthergronden zouden - denk je - van invloed kunnen zijn op jouw lesgeven?
- Ik denk dat ik zelf later graag ook op een dorpsschool les wil geven, omdat alle mensen elkaar daar kennen en dit heel gezellig en gemoedelijk is.
- Ik vind het goed om te stimuleren dat kinderen zelf ook op een sportclub moeten gaan. Hier bewegen ze niet alleen. Ze leren ook nog vriendschappen sluiten en omgaan met andere kinderen.
4. In hoeverre kan je jouw pedagogisch-didactisch handelen beschouwen als transcultureel?
a) Heb je een open leefhouding waarbij je andere waarden en normen niet alleen respecteert, maar ook accepteert?
- Ik heb respect voor de mening en normen en waarden van anderen. Maar ik heb ook mijn eigen normen en waarden. Ik vind het belangrijk dat iedereen zijn eigen waarden en normen moet kunnen hebben en daar ook voor moet kunnen uitkomen.
b) Ben je in staat cultuurverschillen te overbruggen?
- Ik vind andere culturen heel interessant. Ik vind het leuk dat ik in een multicultureel land leef en ben nieuwsgierig naar andere culturen en gebruiken. Ik vind het een uitdaging om ook alle culturen van de kinderen in mijn klas in mijn lessen te verwerken en hier rekening mee te houden.
c) In hoeverre ben je in staat leerlingen te begeleiden bij hun culturele identiteitsvorming?
- Ik weet nog lang niet genoeg van alle culturen om over de inhoudelijke kant daarvan iets te zeggen. Ik vind het wel belangrijk om alle kinderen op hun gemak te laten voelen en te zorgen dat zij zich thuisvoelen. Als kinderen het gevoel hebben dat zij kunnen doen, voelen, denken en gedragen zoals zij willen kunnen zij zich zo ontwikkelen als zij willen en hun eigen identiteit vormen. Hier wil ik samen met alle kinderen aan werken.
5. Denk je dat je een speciale bijdrage kan leveren aan de realisering van interculturele taken van de bassisschool? zo ja, hoe dan?
- Ja. Ik denk dat je kan helpen bij projecten waarin je alle culturen kan ontdekken. De kinderen kunnen zo kennis opdoen over andere culturen en zo respect ontwikkelen voor elkaar en elkaars cultuur.
6. Hoe ziet jouw visie op de huidige maatschappij er nu uit?
a) Welke uitdagingen in de samenleving zie je?
- Nederlanders en migranten die samen kunnen leven waarbij alle culturen toch behouden worden. De migranten moeten zich wel aan de regels en normen en waarden houden die in ons land gelden. Maar mogen verder hun eigen ding doen en hun eigen opvattingen hebben.
b) Welke bedreigingen in de samenleving zie je?
- Dat Nederland op een gegeven moment zo vol is. En dat door alle verschillende culturen in Nederland de 'Nederlandse cultuur' kan verdwijnen.
7. Hoe kijk je aan tegen de intergratie van allochtone groepen in de samenleving?
- Ik vind dat migranten die voor langere tijd in Nederland gaan wonen zich aan moeten passen aan de Nederlandse gebruiken en de Nederlandse taal moeten leren spreken. Dit hoeft niet vloeiend te zijn, als ze maar wel hun best ervoor doen. Daarnaast mogen ze natuurlijk gewoon hun eigen mening, opvattingen, normen en waarden hebben. Ik vind het wel jammer dat er wijken zijn waar alleen maar buitenlanders wonen. Deze willen zich niet aanpassen en spreken, doordat ze bijna alleen maar met hun soort in aanraking komen, slecht of geen Nederlands.
Ik vind dat we elkaar cultuur moeten respecteren, maar dat de Nederlandse cultuur wel de boventoon moet hebben. We zijn tenslotte in Nederland.
8. Hoe ervaar je andere religies dan de jou goed bekende?
- Ik ben zelf Rooms Katholiek opgevoed, maar sta wel open voor andere religies. Ik heb hier eigenlijk ook altijd intresse voor gehad. Ik wilde alles weten van de Ramadan en het suikerfeest bijvoorbeeld. En ik vind het jammer dat bijvoorbeeld de islam altijd zo negatief in het nieuws komt. Er zijn namelijk in elke godsdienst extremisten die (te) ver gaan voor hun geloof. Terwijl het merendeel gewoon op een normale manier met hun geloof omgaat. Dit moet ook geen probleem zijn. Je mag geloven wat je wilt, zolang je andere hier niet mee kwets of lastig valt.
9. Hoeveel vrienden/kennissen met een andere culturele -en/of buitenlandse achtergrond heb je?
- Ik heb 1 buitenlandse vriendin.
10. Welke invloed hebben gesprekken met kinderen en ouders met andere culturele achtergronden op jou gehad?
- Ik werk in een hotel. Veel kamermeisjes zijn bij ons van buitenlandse afkomst. Zij komen uit Polen, Slowakijke en Marokko. Dit zijn allemaal hele lieve, aardig, en hardwerkende mensen. Zij schamen zich ook voor hun landgenoten die zich in Nederland misdragen. Ik vind het daarom jammer dat sommige Nederlands alle buitenlanders ervaren als mensen die zich hier alleen misdragen. Terwijl het merendeel zo hard werkt, heel vriendelijk is en enorm hun best doen om zich aan te passen. Er zijn ook Nederlanders die zich misdragen.
-------------------------------------------------------------------------------------------------
2e Zelfanalyse - 3 februari 2012
- Ik ben opgegroeid in een gezin met mijn vader, moeder en een jonger zusje.
- Mijn moeder is in Duitsland geboren, waardoor ik nog familie in Duitsland heb wonen.
- Ik ben opgegroeid in een dorpje en ben nooit verhuist.
- Ik zat op een sportclub waar ik ook veel vrienden en vriendinnnetjes had.
- Ik ben Rooms Katholiek opgevoed.
Dit is voor mij niet veranderd.
2. Met welke sociale groep ( of groepen) identificeer je je momenteel het meest? (bijv. familie, leeftijdsgenoten uit de wijk waar je woont, studentenvereniging, uitgaans-scene, hockeyteam, etc.)
- Met mijn familie. Ik woon nog steeds thuis en heb het daar altijd naar mijn zin gehad en nu nog steeds. Ik heb ook een goede band met de rest van mijn familie van mijn vaders kant. De familie van mijn moeders kant woont nog steeds in Duitsland en zie ik om die reden niet zo vaak.
- Mijn vriendengroep. Ik vind het heel fijn om onder de mensen te zijn. Ik vind het fijn om met vrienden dingen af te spreken.
Ook dit is voor mij hetzelfde gebleven. Ik denk ook niet dat dit had kunnen veranderen door het thema kleur.
3.Welke voor jou geldende specifieke acthergronden zouden - denk je - van invloed kunnen zijn op jouw lesgeven?
- Ik denk dat ik zelf later graag ook op een dorpsschool les wil geven, omdat alle mensen elkaar daar kennen en dit heel gezellig en gemoedelijk is.
- Ik vind het goed om te stimuleren dat kinderen zelf ook op een sportclub moeten gaan. Hier bewegen ze niet alleen. Ze leren ook nog vriendschappen sluiten en omgaan met andere kinderen.
Nu ik veel van de verschillende culturen te weten ben gekomen, lijkt het me eigenlijk ook wel heel leuk om later les te gaan geven op een interculturele school. Ik had hiervoor gezegd dat ik op een dorpsschool les zou willen geven, maar stadsschool lijkt me, na dit thema, toch ook wel heel leuk en interessant.
4. In hoeverre kan je jouw pedagogisch-didactisch handelen beschouwen als transcultureel?
a) Heb je een open leefhouding waarbij je andere waarden en normen niet alleen respecteert, maar ook accepteert?
- Ik heb respect voor de mening en normen en waarden van anderen. Maar ik heb ook mijn eigen normen en waarden. Ik vind het belangrijk dat iedereen zijn eigen waarden en normen moet kunnen hebben en daar ook voor moet kunnen uitkomen.
Ik vind nog steeds dat iedereen zijn eigen normen en waarden mag hebben, zolang ze hier maar niet te ver in gaan en anderen hierdoor tot last zijn.
b) Ben je in staat cultuurverschillen te overbruggen?
- Ik vind andere culturen heel interessant. Ik vind het leuk dat ik in een multicultureel land leef en ben nieuwsgierig naar andere culturen en gebruiken. Ik vind het een uitdaging om ook alle culturen van de kinderen in mijn klas in mijn lessen te verwerken en hier rekening mee te houden.
Nu ik meer van de andere culturen afweet, denk ik dat ik hier ook beter op kan inspelen. Voor dit thema wist ik wel een aantal dingen. Maar mede door het boek 'Van alles wat meenemen' heb ik me heel erg verdiept in de grootste culturen in Nederland.
c) In hoeverre ben je in staat leerlingen te begeleiden bij hun culturele identiteitsvorming?
- Ik weet nog lang niet genoeg van alle culturen om over de inhoudelijke kant daarvan iets te zeggen. Ik vind het wel belangrijk om alle kinderen op hun gemak te laten voelen en te zorgen dat zij zich thuisvoelen. Als kinderen het gevoel hebben dat zij kunnen doen, voelen, denken en gedragen zoals zij willen kunnen zij zich zo ontwikkelen als zij willen en hun eigen identiteit vormen. Hier wil ik samen met alle kinderen aan werken.
Ik denk dat ik nu aardig wat weet van de grootste culturen in Nederland. Daardoor kan ik beter inspelen op de verschillen en overeenkomsten tussen deze culturen. Ik weet ook beter hoe ik nu met niet Nederlandse ouders zou kunnen communiceren.
5. Denk je dat je een speciale bijdrage kan leveren aan de realisering van interculturele taken van de bassisschool? zo ja, hoe dan?
- Ja. Ik denk dat je kan helpen bij projecten waarin je alle culturen kan ontdekken. De kinderen kunnen zo kennis opdoen over andere culturen en zo respect ontwikkelen voor elkaar en elkaars cultuur.
Hier denk ik nog steeds hetzelfde over.
6. Hoe ziet jouw visie op de huidige maatschappij er nu uit?
a) Welke uitdagingen in de samenleving zie je?
- Nederlanders en migranten die samen kunnen leven waarbij alle culturen toch behouden worden. De migranten moeten zich wel aan de regels en normen en waarden houden die in ons land gelden. Maar mogen verder hun eigen ding doen en hun eigen opvattingen hebben.
Ook hier denk ik nog hetzelfde over. Als iedereen zijn eigen normen en waarden zou mogen hebben en we deze ook van elkaar waarderen en respecteren hebben we pas echt een goede multiculturele samenleving.
b) Welke bedreigingen in de samenleving zie je?
- Dat Nederland op een gegeven moment zo vol is. En dat door alle verschillende culturen in Nederland de 'Nederlandse cultuur' kan verdwijnen.
Hier denk ik ook nog hetzelfde over.
7. Hoe kijk je aan tegen de intergratie van allochtone groepen in de samenleving?
- Ik vind dat migranten die voor langere tijd in Nederland gaan wonen zich aan moeten passen aan de Nederlandse gebruiken en de Nederlandse taal moeten leren spreken. Dit hoeft niet vloeiend te zijn, als ze maar wel hun best ervoor doen. Daarnaast mogen ze natuurlijk gewoon hun eigen mening, opvattingen, normen en waarden hebben. Ik vind het wel jammer dat er wijken zijn waar alleen maar buitenlanders wonen. Deze willen zich niet aanpassen en spreken, doordat ze bijna alleen maar met hun soort in aanraking komen, slecht of geen Nederlands. Ik vind dat we elkaar cultuur moeten respecteren, maar dat de Nederlandse cultuur wel de boventoon moet hebben. We zijn tenslotte in Nederland.
Ik heb nu wel geleerd dat er ook groepen allochtonen zijn die wel degelijk heel erg hun best doen om te integreren in de Nederlandse cultuur. Daarnaast heb ik geleerd dat je ook van alle culturen dingen mee kunt nemen. Iedere cultuur heeft namelijk goede en minder goede dingen.
8. Hoe ervaar je andere religies dan de jou goed bekende?
- Ik ben zelf Rooms Katholiek opgevoed, maar sta wel open voor andere religies. Ik heb hier eigenlijk ook altijd intresse voor gehad. Ik wilde alles weten van de Ramadan en het suikerfeest bijvoorbeeld. En ik vind het jammer dat bijvoorbeeld de islam altijd zo negatief in het nieuws komt. Er zijn namelijk in elke godsdienst extremisten die (te) ver gaan voor hun geloof. Terwijl het merendeel gewoon op een normale manier met hun geloof omgaat. Dit moet ook geen probleem zijn. Je mag geloven wat je wilt, zolang je andere hier niet mee kwets of lastig valt.
Hier denk ik nog hetzelfde over.
9. Hoeveel vrienden/kennissen met een andere culturele -en/of buitenlandse achtergrond heb je?
- Ik heb 1 buitenlandse vriendin.
Is hetzelfde gebleven.
10. Welke invloed hebben gesprekken met kinderen en ouders met andere culturele achtergronden op jou gehad?
- Ik werk in een hotel. Veel kamermeisjes zijn bij ons van buitenlandse afkomst. Zij komen uit Polen, Slowakijke en Marokko. Dit zijn allemaal hele lieve, aardig, en hardwerkende mensen. Zij schamen zich ook voor hun landgenoten die zich in Nederland misdragen. Ik vind het daarom jammer dat sommige Nederlands alle buitenlanders ervaren als mensen die zich hier alleen misdragen. Terwijl het merendeel zo hard werkt, heel vriendelijk is en enorm hun best doen om zich aan te passen. Er zijn ook Nederlanders die zich misdragen.
Geen veranderingen.
Bijeenkomst 5: De wereld door de ogen van...
- Welke culturen zijn er in Nederland?
- Wat zijn de groote culturen in Nederland?
- Wat zijn de belangrijkste kenmerken van deze culturen?
- Hoe kun je hiermee omgaan in je stage?
- Hoe ga je om met kinderen die de Nederlandse taal niet voldoende beheersen?
- Hoe ga je om met ouders die de Nederlanse taal niet voldoende beheersen?
Zijn jouw vragen/verwachtingen m.b.t. het thema 'kleur' beantwoord?
- *Marokkaanse gezinnen
*Surinaams-creoolse gezinnen
*Turkse gezinnen
*Chieze gezinnen
*Vluchtelingengezinnen
*Nederlandse gezinnen
*Antilliaanse gezinnen
Bovenstaande zijn de grootste culturen in Nederland. We hebben de basiskenmerken van deze groepen geleerd en hebben geleerd hoe je het beste met deze groepen om kunt gaan. We hebben geleerd hoe je het beste met ze kan communiceren en dat je je moet verdiepen in elkaar cultuur voor een optimaal resultaat.
Hoe kijk je terug op het thema en meer specifiek: jouw eigen leerproces binnen het thema?
Ik vond het een heel interessant thema. Ik vond het wel jammer dat ik zelf niet op een achterstandsschool stage liep, dan had ik de informatie wat beter toe kunnen passen. Maar dat neemt niet weg dat ik niet heel veel van het thema geleerd heb. Ik heb het altijd al heel interessant gevonden om me te verdiepen in verschillende culturen.
Bijeenkomst 4: Interculturele communicatie
-Hoe je het best met ouders van een andere cultuur om kunt gaan.
-Hoe je het best om kunt gaan met niet-Nederlands sprekende ouders
Is deze verwachting uitgekomen? Wat heb je geleerd?
- We hebben geleerd hoe je ouders van een andere cultuur welkom kunt heten. Hoe je ze op hun gemak kunt stellen. Begin het gesprek altijd met welkom heten, een kopje thee/koffie aanbieden en intresse tonen in het dagelijks leven van de ouders. Wees oprecht geinteresserd.
Daarnaast moet je in oplossingen denken. Niet in problemen.
We hebben een aantal filmpjes bekeken van een aantal oudersgesprekken. De eerste filmpjes waren niet goed, we moesten zelf de verbetering inbrengen. Daarna kregen we het filmpje opnieuw te zien, maar nu zoals het wel moet.
- Ouders van andere culturen kijken heel anders tegen sommige dingen aan. Wat voor ons heel normaal kan zijn, kan voor hen heel bijzonder of raar zijn. Daarom is handig als je je ook enigszinds verdiept in de desbetreffende cultuur.
- We hebben niet echt geleerd hoe je kunt communiceren met mensen die de Nederlandse niet of nauwelijks beheersen. Dat is natuurlijk ook wel lastig om te bespreken.
Wat ben je van plan met de aangeboden kennis/inzichten te doen?
- Ik kan op mijn stage niet oefenen met het communiceren met mensen uit een andere cultuur, dus ik kan dit nog niet oefenen op stage. Maar als ik het volgende semester wel op en interculturere school stage ga lopen, ga ik het toepassen. Ik vind het ook wel interssant om me te verdiepen in verschillende culturen, dus dat ga ik ook nog wel doen!
Bijeenkomst 3: Living apart togehter
- Wat is integratie?
- Wat is segregatie?
- Hoe zit het in Nederland met intergratie en segregatie?
Is deze verwachting uitgekomen? Wat heb je geleerd?
- Ik heb geleerd dat integratie het aanpassen van migranten aan de Nederlandse cultuur is. ( of aan een andere cultuur).
- Ik heb geleerd dat segregatie is dat er juist geen aanpassing is. Het tegenovergestelde van intergratie dus.
- Ik heb een film gezien waarin de visie van een aantal Marrokanen in Nederland te zien zijn. Zij wilde het liefst zo min mogelijk met Nederlanders te maken hebben en zoveel mogelijk Marrokaanse voorzieningen hebben. Hier hebben we over gediscussierd.
- Ik heb een aantal artikelen bekeken en voor één artikel in een groepje een stelling bedacht, een mindmap gemaakt en een korte presentatie gegeven. Ook hier werd over gediscussierd.
Wat ben je van plan met deze kennis/inzichten te doen?
- Ik zou het leuk vinden om zelf eens op een gemengde school te kijken. Mijn artikel ging over een gemengde school en wat de voor- en nadelen hiervan zijn. Ik zou dit zelf wel eens willen bekijken.
Bijeenkomst 2: Intercultureel onderwijs
- Wat verstaan we onder cultuur?
- Wat is het pygmalioneffect?
- Wat zijn de kenmerken van de Nederlandse cultuur?
Is deze verwachting uitgekomen? Wat heb je geleerd?
- Ik heb het er in een klein groepje over gehad hoe je de Nederlandse cultuur kunt herkennen in je eigen thuissituatie en de thuissituatie van veel kinderen. En hoe deze kan veranderen.
- Ik heb van de andere groepjes gehoord hoe deze Nederlandse cultuur zit in buiten/binnen spelen, schoolervaringen en in vriendenkring & clubs.
- Ik heb de definitie en een voorbeeld van pygmalioneffect te horen gekregen.
- Ik heb de definitie van de volgende begrippen geleerd:
*Categorisatie
*Sociale categorisatie
*Inductieve inferentie
*Deductieve inferentie
*Stereotypen
*Vooroordelen
*Generaliseren
*Fundamentele distributiefout
*Conformisme
Wat ben je van plan met deze kennis/inzichten te doen?
- Ik ga kijken welke culturen in mijn stageklas aanwezig zijn en me hierin verdiepen.
Bijeenkomst 1: Thema introductie
1. Wat weet je over het onderwerp?
-Dat er veel verschillende culturen in Nederland zijn.
-Dat Nederland daarom een multiculturele samenleving is.
- Dat er vooral in de stad veel buitenlanders wonen.
2. Wat verwacht je van dit thema?
- Welke culturen er in Nederland zijn en hoe je hier op een goede en positieve manier mee om kunt gaan.
3. Welke begrippen ken je al?
- Discriminatie
- Cultuur
- Multicultureel
4. Heb je al een mening gevormd omtrent het genoemde onderwerp?
- Ik vind het wel leuk dat Nederland zo'n multicultureel land is. Het hoort nu eenmaal bij ons land.
5. Welke relevante literatuur heb je gelezen over dit onderwerp?
- Met woorden in de weer - D. van den Nulft
6. Wat verwacht je dat je eigen inbreng zal zijn tijdens het project in zijn geheel en tijdens de stage?
- Ik zorg dat ik bij alle themabijeenkomsten en expertbijeenkomsten ben om zo zoveel mogelijk uit dit project te halen. In mijn stage ga ik mij verdiepen in de verschillende culturen en achtergronden van de kinderen en hun ouders.
Afsluiting van het college:
Ik zou de vragen die we ter voorbereiding moesten beantwoorden nog steeds hetzelfde beantwoorden.
De vragen die ik aan het eind van periode 2 beanwoord zou willen zien zijn:
- Welke culturen zijn er in Nederland?
- Wat zijn de groote culturen in Nederland?
- Wat zijn de belangrijkste kenmerken van deze culturen?
- Hoe kun je hiermee omgaan in je stage?
- Hoe ga je om met kinderen die de Nederlandse taal niet voldoende beheersen?
- Hoe ga je om met ouders die de Nederlanse taal niet voldoende beheersen?