1. Beschrijf welke invloeden en achtergronden jou hebben gevormd tot de persoon die je nu bent. Denk aan indentiteitsbepalende factoren als je opvoeding, culturele positie, politieke voorkeur etc.
- Ik ben opgegroeid in een gezin met mijn vader, moeder en een jonger zusje.
- Mijn moeder is in Duitsland geboren, waardoor ik nog familie in Duitsland heb wonen.
- Ik ben opgegroeid in een dorpje en ben nooit verhuist.
- Ik zat op een sportclub waar ik ook veel vrienden en vriendinnnetjes had.
- Ik ben Rooms Katholiek opgevoed.
2. Met welke sociale groep ( of groepen) identificeer je je moemnteel het meest? (bijv. familie, leeftijdsgenoten uit de wijk waar je woont, studentenvereniging, uitgaans-scene, hockeyteam, etc.)
- Met mijn familie. Ik woon nog steeds thuis en heb het daar altijd naar mijn zin gehad en nu nog steeds. Ik heb ook een goede band met de rest van mijn familie van mijn vaders kant. De familie van mijn moeders kant woont nog steeds in Duitsland en zie ik om die reden niet zo vaak.
- Mijn vriendengroep. Ik vind het heel fijn om onder de mensen te zijn. Ik vind het fijn om met vrienden dingen af te spreken.
3. Welke voor jou geldende specifieke acthergronden zouden - denk je - van invloed kunnen zijn op jouw lesgeven?
- Ik denk dat ik zelf later graag ook op een dorpsschool les wil geven, omdat alle mensen elkaar daar kennen en dit heel gezellig en gemoedelijk is.
- Ik vind het goed om te stimuleren dat kinderen zelf ook op een sportclub moeten gaan. Hier bewegen ze niet alleen. Ze leren ook nog vriendschappen sluiten en omgaan met andere kinderen.
4. In hoeverre kan je jouw pedagogisch-didactisch handelen beschouwen als transcultureel?
a) Heb je een open leefhouding waarbij je andere waarden en normen niet alleen respecteert, maar ook accepteert?
- Ik heb respect voor de mening en normen en waarden van anderen. Maar ik heb ook mijn eigen normen en waarden. Ik vind het belangrijk dat iedereen zijn eigen waarden en normen moet kunnen hebben en daar ook voor moet kunnen uitkomen.
b) Ben je in staat cultuurverschillen te overbruggen?
- Ik vind andere culturen heel interessant. Ik vind het leuk dat ik in een multicultureel land leef en ben nieuwsgierig naar andere culturen en gebruiken. Ik vind het een uitdaging om ook alle culturen van de kinderen in mijn klas in mijn lessen te verwerken en hier rekening mee te houden.
c) In hoeverre ben je in staat leerlingen te begeleiden bij hun culturele identiteitsvorming?
- Ik weet nog lang niet genoeg van alle culturen om over de inhoudelijke kant daarvan iets te zeggen. Ik vind het wel belangrijk om alle kinderen op hun gemak te laten voelen en te zorgen dat zij zich thuisvoelen. Als kinderen het gevoel hebben dat zij kunnen doen, voelen, denken en gedragen zoals zij willen kunnen zij zich zo ontwikkelen als zij willen en hun eigen identiteit vormen. Hier wil ik samen met alle kinderen aan werken.
5. Denk je dat je een speciale bijdrage kan leveren aan de realisering van interculturele taken van de bassisschool? zo ja, hoe dan?
- Ja. Ik denk dat je kan helpen bij projecten waarin je alle culturen kan ontdekken. De kinderen kunnen zo kennis opdoen over andere culturen en zo respect ontwikkelen voor elkaar en elkaars cultuur.
6. Hoe ziet jouw visie op de huidige maatschappij er nu uit?
a) Welke uitdagingen in de samenleving zie je?
- Nederlanders en migranten die samen kunnen leven waarbij alle culturen toch behouden worden. De migranten moeten zich wel aan de regels en normen en waarden houden die in ons land gelden. Maar mogen verder hun eigen ding doen en hun eigen opvattingen hebben.
b) Welke bedreigingen in de samenleving zie je?
- Dat Nederland op een gegeven moment zo vol is. En dat door alle verschillende culturen in Nederland de 'Nederlandse cultuur' kan verdwijnen.
7. Hoe kijk je aan tegen de intergratie van allochtone groepen in de samenleving?
- Ik vind dat migranten die voor langere tijd in Nederland gaan wonen zich aan moeten passen aan de Nederlandse gebruiken en de Nederlandse taal moeten leren spreken. Dit hoeft niet vloeiend te zijn, als ze maar wel hun best ervoor doen. Daarnaast mogen ze natuurlijk gewoon hun eigen mening, opvattingen, normen en waarden hebben. Ik vind het wel jammer dat er wijken zijn waar alleen maar buitenlanders wonen. Deze willen zich niet aanpassen en spreken, doordat ze bijna alleen maar met hun soort in aanraking komen, slecht of geen Nederlands.
Ik vind dat we elkaar cultuur moeten respecteren, maar dat de Nederlandse cultuur wel de boventoon moet hebben. We zijn tenslotte in Nederland.
8. Hoe ervaar je andere religies dan de jou goed bekende?
- Ik ben zelf Rooms Katholiek opgevoed, maar sta wel open voor andere religies. Ik heb hier eigenlijk ook altijd intresse voor gehad. Ik wilde alles weten van de Ramadan en het suikerfeest bijvoorbeeld. En ik vind het jammer dat bijvoorbeeld de islam altijd zo negatief in het nieuws komt. Er zijn namelijk in elke godsdienst extremisten die (te) ver gaan voor hun geloof. Terwijl het merendeel gewoon op een normale manier met hun geloof omgaat. Dit moet ook geen probleem zijn. Je mag geloven wat je wilt, zolang je andere hier niet mee kwets of lastig valt.
9. Hoeveel vrienden/kennissen met een andere culturele -en/of buitenlandse achtergrond heb je?
- Ik heb 1 buitenlandse vriendin.
10. Welke invloed hebben gesprekken met kinderen en ouders met andere culturele achtergronden op jou gehad?
- Ik werk in een hotel. Veel kamermeisjes zijn bij ons van buitenlandse afkomst. Zij komen uit Polen, Slowakijke en Marokko. Dit zijn allemaal hele lieve, aardig, en hardwerkende mensen. Zij schamen zich ook voor hun landgenoten die zich in Nederland misdragen. Ik vind het daarom jammer dat sommige Nederlands alle buitenlanders ervaren als mensen die zich hier alleen misdragen. Terwijl het merendeel zo hard werkt, heel vriendelijk is en enorm hun best doen om zich aan te passen. Er zijn ook Nederlanders die zich misdragen.
-------------------------------------------------------------------------------------------------
2e Zelfanalyse - 3 februari 2012
- Ik ben opgegroeid in een gezin met mijn vader, moeder en een jonger zusje.
- Mijn moeder is in Duitsland geboren, waardoor ik nog familie in Duitsland heb wonen.
- Ik ben opgegroeid in een dorpje en ben nooit verhuist.
- Ik zat op een sportclub waar ik ook veel vrienden en vriendinnnetjes had.
- Ik ben Rooms Katholiek opgevoed.
2. Met welke sociale groep ( of groepen) identificeer je je moemnteel het meest? (bijv. familie, leeftijdsgenoten uit de wijk waar je woont, studentenvereniging, uitgaans-scene, hockeyteam, etc.)
- Met mijn familie. Ik woon nog steeds thuis en heb het daar altijd naar mijn zin gehad en nu nog steeds. Ik heb ook een goede band met de rest van mijn familie van mijn vaders kant. De familie van mijn moeders kant woont nog steeds in Duitsland en zie ik om die reden niet zo vaak.
- Mijn vriendengroep. Ik vind het heel fijn om onder de mensen te zijn. Ik vind het fijn om met vrienden dingen af te spreken.
3. Welke voor jou geldende specifieke acthergronden zouden - denk je - van invloed kunnen zijn op jouw lesgeven?
- Ik denk dat ik zelf later graag ook op een dorpsschool les wil geven, omdat alle mensen elkaar daar kennen en dit heel gezellig en gemoedelijk is.
- Ik vind het goed om te stimuleren dat kinderen zelf ook op een sportclub moeten gaan. Hier bewegen ze niet alleen. Ze leren ook nog vriendschappen sluiten en omgaan met andere kinderen.
4. In hoeverre kan je jouw pedagogisch-didactisch handelen beschouwen als transcultureel?
a) Heb je een open leefhouding waarbij je andere waarden en normen niet alleen respecteert, maar ook accepteert?
- Ik heb respect voor de mening en normen en waarden van anderen. Maar ik heb ook mijn eigen normen en waarden. Ik vind het belangrijk dat iedereen zijn eigen waarden en normen moet kunnen hebben en daar ook voor moet kunnen uitkomen.
b) Ben je in staat cultuurverschillen te overbruggen?
- Ik vind andere culturen heel interessant. Ik vind het leuk dat ik in een multicultureel land leef en ben nieuwsgierig naar andere culturen en gebruiken. Ik vind het een uitdaging om ook alle culturen van de kinderen in mijn klas in mijn lessen te verwerken en hier rekening mee te houden.
c) In hoeverre ben je in staat leerlingen te begeleiden bij hun culturele identiteitsvorming?
- Ik weet nog lang niet genoeg van alle culturen om over de inhoudelijke kant daarvan iets te zeggen. Ik vind het wel belangrijk om alle kinderen op hun gemak te laten voelen en te zorgen dat zij zich thuisvoelen. Als kinderen het gevoel hebben dat zij kunnen doen, voelen, denken en gedragen zoals zij willen kunnen zij zich zo ontwikkelen als zij willen en hun eigen identiteit vormen. Hier wil ik samen met alle kinderen aan werken.
5. Denk je dat je een speciale bijdrage kan leveren aan de realisering van interculturele taken van de bassisschool? zo ja, hoe dan?
- Ja. Ik denk dat je kan helpen bij projecten waarin je alle culturen kan ontdekken. De kinderen kunnen zo kennis opdoen over andere culturen en zo respect ontwikkelen voor elkaar en elkaars cultuur.
6. Hoe ziet jouw visie op de huidige maatschappij er nu uit?
a) Welke uitdagingen in de samenleving zie je?
- Nederlanders en migranten die samen kunnen leven waarbij alle culturen toch behouden worden. De migranten moeten zich wel aan de regels en normen en waarden houden die in ons land gelden. Maar mogen verder hun eigen ding doen en hun eigen opvattingen hebben.
b) Welke bedreigingen in de samenleving zie je?
- Dat Nederland op een gegeven moment zo vol is. En dat door alle verschillende culturen in Nederland de 'Nederlandse cultuur' kan verdwijnen.
7. Hoe kijk je aan tegen de intergratie van allochtone groepen in de samenleving?
- Ik vind dat migranten die voor langere tijd in Nederland gaan wonen zich aan moeten passen aan de Nederlandse gebruiken en de Nederlandse taal moeten leren spreken. Dit hoeft niet vloeiend te zijn, als ze maar wel hun best ervoor doen. Daarnaast mogen ze natuurlijk gewoon hun eigen mening, opvattingen, normen en waarden hebben. Ik vind het wel jammer dat er wijken zijn waar alleen maar buitenlanders wonen. Deze willen zich niet aanpassen en spreken, doordat ze bijna alleen maar met hun soort in aanraking komen, slecht of geen Nederlands.
Ik vind dat we elkaar cultuur moeten respecteren, maar dat de Nederlandse cultuur wel de boventoon moet hebben. We zijn tenslotte in Nederland.
8. Hoe ervaar je andere religies dan de jou goed bekende?
- Ik ben zelf Rooms Katholiek opgevoed, maar sta wel open voor andere religies. Ik heb hier eigenlijk ook altijd intresse voor gehad. Ik wilde alles weten van de Ramadan en het suikerfeest bijvoorbeeld. En ik vind het jammer dat bijvoorbeeld de islam altijd zo negatief in het nieuws komt. Er zijn namelijk in elke godsdienst extremisten die (te) ver gaan voor hun geloof. Terwijl het merendeel gewoon op een normale manier met hun geloof omgaat. Dit moet ook geen probleem zijn. Je mag geloven wat je wilt, zolang je andere hier niet mee kwets of lastig valt.
9. Hoeveel vrienden/kennissen met een andere culturele -en/of buitenlandse achtergrond heb je?
- Ik heb 1 buitenlandse vriendin.
10. Welke invloed hebben gesprekken met kinderen en ouders met andere culturele achtergronden op jou gehad?
- Ik werk in een hotel. Veel kamermeisjes zijn bij ons van buitenlandse afkomst. Zij komen uit Polen, Slowakijke en Marokko. Dit zijn allemaal hele lieve, aardig, en hardwerkende mensen. Zij schamen zich ook voor hun landgenoten die zich in Nederland misdragen. Ik vind het daarom jammer dat sommige Nederlands alle buitenlanders ervaren als mensen die zich hier alleen misdragen. Terwijl het merendeel zo hard werkt, heel vriendelijk is en enorm hun best doen om zich aan te passen. Er zijn ook Nederlanders die zich misdragen.
-------------------------------------------------------------------------------------------------
2e Zelfanalyse - 3 februari 2012
1. Beschrijf welke invloeden en achtergronden jou hebben gevormd tot de persoon die je nu bent. Denk aan indentiteitsbepalende factoren als je opvoeding, culturele positie, politieke voorkeur etc.
- Ik ben opgegroeid in een gezin met mijn vader, moeder en een jonger zusje.
- Mijn moeder is in Duitsland geboren, waardoor ik nog familie in Duitsland heb wonen.
- Ik ben opgegroeid in een dorpje en ben nooit verhuist.
- Ik zat op een sportclub waar ik ook veel vrienden en vriendinnnetjes had.
- Ik ben Rooms Katholiek opgevoed.
Dit is voor mij niet veranderd.
2. Met welke sociale groep ( of groepen) identificeer je je momenteel het meest? (bijv. familie, leeftijdsgenoten uit de wijk waar je woont, studentenvereniging, uitgaans-scene, hockeyteam, etc.)
- Met mijn familie. Ik woon nog steeds thuis en heb het daar altijd naar mijn zin gehad en nu nog steeds. Ik heb ook een goede band met de rest van mijn familie van mijn vaders kant. De familie van mijn moeders kant woont nog steeds in Duitsland en zie ik om die reden niet zo vaak.
- Mijn vriendengroep. Ik vind het heel fijn om onder de mensen te zijn. Ik vind het fijn om met vrienden dingen af te spreken.
Ook dit is voor mij hetzelfde gebleven. Ik denk ook niet dat dit had kunnen veranderen door het thema kleur.
3.Welke voor jou geldende specifieke acthergronden zouden - denk je - van invloed kunnen zijn op jouw lesgeven?
- Ik denk dat ik zelf later graag ook op een dorpsschool les wil geven, omdat alle mensen elkaar daar kennen en dit heel gezellig en gemoedelijk is.
- Ik vind het goed om te stimuleren dat kinderen zelf ook op een sportclub moeten gaan. Hier bewegen ze niet alleen. Ze leren ook nog vriendschappen sluiten en omgaan met andere kinderen.
Nu ik veel van de verschillende culturen te weten ben gekomen, lijkt het me eigenlijk ook wel heel leuk om later les te gaan geven op een interculturele school. Ik had hiervoor gezegd dat ik op een dorpsschool les zou willen geven, maar stadsschool lijkt me, na dit thema, toch ook wel heel leuk en interessant.
4. In hoeverre kan je jouw pedagogisch-didactisch handelen beschouwen als transcultureel?
a) Heb je een open leefhouding waarbij je andere waarden en normen niet alleen respecteert, maar ook accepteert?
- Ik heb respect voor de mening en normen en waarden van anderen. Maar ik heb ook mijn eigen normen en waarden. Ik vind het belangrijk dat iedereen zijn eigen waarden en normen moet kunnen hebben en daar ook voor moet kunnen uitkomen.
Ik vind nog steeds dat iedereen zijn eigen normen en waarden mag hebben, zolang ze hier maar niet te ver in gaan en anderen hierdoor tot last zijn.
b) Ben je in staat cultuurverschillen te overbruggen?
- Ik vind andere culturen heel interessant. Ik vind het leuk dat ik in een multicultureel land leef en ben nieuwsgierig naar andere culturen en gebruiken. Ik vind het een uitdaging om ook alle culturen van de kinderen in mijn klas in mijn lessen te verwerken en hier rekening mee te houden.
Nu ik meer van de andere culturen afweet, denk ik dat ik hier ook beter op kan inspelen. Voor dit thema wist ik wel een aantal dingen. Maar mede door het boek 'Van alles wat meenemen' heb ik me heel erg verdiept in de grootste culturen in Nederland.
c) In hoeverre ben je in staat leerlingen te begeleiden bij hun culturele identiteitsvorming?
- Ik weet nog lang niet genoeg van alle culturen om over de inhoudelijke kant daarvan iets te zeggen. Ik vind het wel belangrijk om alle kinderen op hun gemak te laten voelen en te zorgen dat zij zich thuisvoelen. Als kinderen het gevoel hebben dat zij kunnen doen, voelen, denken en gedragen zoals zij willen kunnen zij zich zo ontwikkelen als zij willen en hun eigen identiteit vormen. Hier wil ik samen met alle kinderen aan werken.
Ik denk dat ik nu aardig wat weet van de grootste culturen in Nederland. Daardoor kan ik beter inspelen op de verschillen en overeenkomsten tussen deze culturen. Ik weet ook beter hoe ik nu met niet Nederlandse ouders zou kunnen communiceren.
5. Denk je dat je een speciale bijdrage kan leveren aan de realisering van interculturele taken van de bassisschool? zo ja, hoe dan?
- Ja. Ik denk dat je kan helpen bij projecten waarin je alle culturen kan ontdekken. De kinderen kunnen zo kennis opdoen over andere culturen en zo respect ontwikkelen voor elkaar en elkaars cultuur.
Hier denk ik nog steeds hetzelfde over.
6. Hoe ziet jouw visie op de huidige maatschappij er nu uit?
a) Welke uitdagingen in de samenleving zie je?
- Nederlanders en migranten die samen kunnen leven waarbij alle culturen toch behouden worden. De migranten moeten zich wel aan de regels en normen en waarden houden die in ons land gelden. Maar mogen verder hun eigen ding doen en hun eigen opvattingen hebben.
Ook hier denk ik nog hetzelfde over. Als iedereen zijn eigen normen en waarden zou mogen hebben en we deze ook van elkaar waarderen en respecteren hebben we pas echt een goede multiculturele samenleving.
b) Welke bedreigingen in de samenleving zie je?
- Dat Nederland op een gegeven moment zo vol is. En dat door alle verschillende culturen in Nederland de 'Nederlandse cultuur' kan verdwijnen.
Hier denk ik ook nog hetzelfde over.
7. Hoe kijk je aan tegen de intergratie van allochtone groepen in de samenleving?
- Ik vind dat migranten die voor langere tijd in Nederland gaan wonen zich aan moeten passen aan de Nederlandse gebruiken en de Nederlandse taal moeten leren spreken. Dit hoeft niet vloeiend te zijn, als ze maar wel hun best ervoor doen. Daarnaast mogen ze natuurlijk gewoon hun eigen mening, opvattingen, normen en waarden hebben. Ik vind het wel jammer dat er wijken zijn waar alleen maar buitenlanders wonen. Deze willen zich niet aanpassen en spreken, doordat ze bijna alleen maar met hun soort in aanraking komen, slecht of geen Nederlands. Ik vind dat we elkaar cultuur moeten respecteren, maar dat de Nederlandse cultuur wel de boventoon moet hebben. We zijn tenslotte in Nederland.
Ik heb nu wel geleerd dat er ook groepen allochtonen zijn die wel degelijk heel erg hun best doen om te integreren in de Nederlandse cultuur. Daarnaast heb ik geleerd dat je ook van alle culturen dingen mee kunt nemen. Iedere cultuur heeft namelijk goede en minder goede dingen.
8. Hoe ervaar je andere religies dan de jou goed bekende?
- Ik ben zelf Rooms Katholiek opgevoed, maar sta wel open voor andere religies. Ik heb hier eigenlijk ook altijd intresse voor gehad. Ik wilde alles weten van de Ramadan en het suikerfeest bijvoorbeeld. En ik vind het jammer dat bijvoorbeeld de islam altijd zo negatief in het nieuws komt. Er zijn namelijk in elke godsdienst extremisten die (te) ver gaan voor hun geloof. Terwijl het merendeel gewoon op een normale manier met hun geloof omgaat. Dit moet ook geen probleem zijn. Je mag geloven wat je wilt, zolang je andere hier niet mee kwets of lastig valt.
Hier denk ik nog hetzelfde over.
9. Hoeveel vrienden/kennissen met een andere culturele -en/of buitenlandse achtergrond heb je?
- Ik heb 1 buitenlandse vriendin.
Is hetzelfde gebleven.
10. Welke invloed hebben gesprekken met kinderen en ouders met andere culturele achtergronden op jou gehad?
- Ik werk in een hotel. Veel kamermeisjes zijn bij ons van buitenlandse afkomst. Zij komen uit Polen, Slowakijke en Marokko. Dit zijn allemaal hele lieve, aardig, en hardwerkende mensen. Zij schamen zich ook voor hun landgenoten die zich in Nederland misdragen. Ik vind het daarom jammer dat sommige Nederlands alle buitenlanders ervaren als mensen die zich hier alleen misdragen. Terwijl het merendeel zo hard werkt, heel vriendelijk is en enorm hun best doen om zich aan te passen. Er zijn ook Nederlanders die zich misdragen.
Geen veranderingen.
- Ik ben opgegroeid in een gezin met mijn vader, moeder en een jonger zusje.
- Mijn moeder is in Duitsland geboren, waardoor ik nog familie in Duitsland heb wonen.
- Ik ben opgegroeid in een dorpje en ben nooit verhuist.
- Ik zat op een sportclub waar ik ook veel vrienden en vriendinnnetjes had.
- Ik ben Rooms Katholiek opgevoed.
Dit is voor mij niet veranderd.
2. Met welke sociale groep ( of groepen) identificeer je je momenteel het meest? (bijv. familie, leeftijdsgenoten uit de wijk waar je woont, studentenvereniging, uitgaans-scene, hockeyteam, etc.)
- Met mijn familie. Ik woon nog steeds thuis en heb het daar altijd naar mijn zin gehad en nu nog steeds. Ik heb ook een goede band met de rest van mijn familie van mijn vaders kant. De familie van mijn moeders kant woont nog steeds in Duitsland en zie ik om die reden niet zo vaak.
- Mijn vriendengroep. Ik vind het heel fijn om onder de mensen te zijn. Ik vind het fijn om met vrienden dingen af te spreken.
Ook dit is voor mij hetzelfde gebleven. Ik denk ook niet dat dit had kunnen veranderen door het thema kleur.
3.Welke voor jou geldende specifieke acthergronden zouden - denk je - van invloed kunnen zijn op jouw lesgeven?
- Ik denk dat ik zelf later graag ook op een dorpsschool les wil geven, omdat alle mensen elkaar daar kennen en dit heel gezellig en gemoedelijk is.
- Ik vind het goed om te stimuleren dat kinderen zelf ook op een sportclub moeten gaan. Hier bewegen ze niet alleen. Ze leren ook nog vriendschappen sluiten en omgaan met andere kinderen.
Nu ik veel van de verschillende culturen te weten ben gekomen, lijkt het me eigenlijk ook wel heel leuk om later les te gaan geven op een interculturele school. Ik had hiervoor gezegd dat ik op een dorpsschool les zou willen geven, maar stadsschool lijkt me, na dit thema, toch ook wel heel leuk en interessant.
4. In hoeverre kan je jouw pedagogisch-didactisch handelen beschouwen als transcultureel?
a) Heb je een open leefhouding waarbij je andere waarden en normen niet alleen respecteert, maar ook accepteert?
- Ik heb respect voor de mening en normen en waarden van anderen. Maar ik heb ook mijn eigen normen en waarden. Ik vind het belangrijk dat iedereen zijn eigen waarden en normen moet kunnen hebben en daar ook voor moet kunnen uitkomen.
Ik vind nog steeds dat iedereen zijn eigen normen en waarden mag hebben, zolang ze hier maar niet te ver in gaan en anderen hierdoor tot last zijn.
b) Ben je in staat cultuurverschillen te overbruggen?
- Ik vind andere culturen heel interessant. Ik vind het leuk dat ik in een multicultureel land leef en ben nieuwsgierig naar andere culturen en gebruiken. Ik vind het een uitdaging om ook alle culturen van de kinderen in mijn klas in mijn lessen te verwerken en hier rekening mee te houden.
Nu ik meer van de andere culturen afweet, denk ik dat ik hier ook beter op kan inspelen. Voor dit thema wist ik wel een aantal dingen. Maar mede door het boek 'Van alles wat meenemen' heb ik me heel erg verdiept in de grootste culturen in Nederland.
c) In hoeverre ben je in staat leerlingen te begeleiden bij hun culturele identiteitsvorming?
- Ik weet nog lang niet genoeg van alle culturen om over de inhoudelijke kant daarvan iets te zeggen. Ik vind het wel belangrijk om alle kinderen op hun gemak te laten voelen en te zorgen dat zij zich thuisvoelen. Als kinderen het gevoel hebben dat zij kunnen doen, voelen, denken en gedragen zoals zij willen kunnen zij zich zo ontwikkelen als zij willen en hun eigen identiteit vormen. Hier wil ik samen met alle kinderen aan werken.
Ik denk dat ik nu aardig wat weet van de grootste culturen in Nederland. Daardoor kan ik beter inspelen op de verschillen en overeenkomsten tussen deze culturen. Ik weet ook beter hoe ik nu met niet Nederlandse ouders zou kunnen communiceren.
5. Denk je dat je een speciale bijdrage kan leveren aan de realisering van interculturele taken van de bassisschool? zo ja, hoe dan?
- Ja. Ik denk dat je kan helpen bij projecten waarin je alle culturen kan ontdekken. De kinderen kunnen zo kennis opdoen over andere culturen en zo respect ontwikkelen voor elkaar en elkaars cultuur.
Hier denk ik nog steeds hetzelfde over.
6. Hoe ziet jouw visie op de huidige maatschappij er nu uit?
a) Welke uitdagingen in de samenleving zie je?
- Nederlanders en migranten die samen kunnen leven waarbij alle culturen toch behouden worden. De migranten moeten zich wel aan de regels en normen en waarden houden die in ons land gelden. Maar mogen verder hun eigen ding doen en hun eigen opvattingen hebben.
Ook hier denk ik nog hetzelfde over. Als iedereen zijn eigen normen en waarden zou mogen hebben en we deze ook van elkaar waarderen en respecteren hebben we pas echt een goede multiculturele samenleving.
b) Welke bedreigingen in de samenleving zie je?
- Dat Nederland op een gegeven moment zo vol is. En dat door alle verschillende culturen in Nederland de 'Nederlandse cultuur' kan verdwijnen.
Hier denk ik ook nog hetzelfde over.
7. Hoe kijk je aan tegen de intergratie van allochtone groepen in de samenleving?
- Ik vind dat migranten die voor langere tijd in Nederland gaan wonen zich aan moeten passen aan de Nederlandse gebruiken en de Nederlandse taal moeten leren spreken. Dit hoeft niet vloeiend te zijn, als ze maar wel hun best ervoor doen. Daarnaast mogen ze natuurlijk gewoon hun eigen mening, opvattingen, normen en waarden hebben. Ik vind het wel jammer dat er wijken zijn waar alleen maar buitenlanders wonen. Deze willen zich niet aanpassen en spreken, doordat ze bijna alleen maar met hun soort in aanraking komen, slecht of geen Nederlands. Ik vind dat we elkaar cultuur moeten respecteren, maar dat de Nederlandse cultuur wel de boventoon moet hebben. We zijn tenslotte in Nederland.
Ik heb nu wel geleerd dat er ook groepen allochtonen zijn die wel degelijk heel erg hun best doen om te integreren in de Nederlandse cultuur. Daarnaast heb ik geleerd dat je ook van alle culturen dingen mee kunt nemen. Iedere cultuur heeft namelijk goede en minder goede dingen.
8. Hoe ervaar je andere religies dan de jou goed bekende?
- Ik ben zelf Rooms Katholiek opgevoed, maar sta wel open voor andere religies. Ik heb hier eigenlijk ook altijd intresse voor gehad. Ik wilde alles weten van de Ramadan en het suikerfeest bijvoorbeeld. En ik vind het jammer dat bijvoorbeeld de islam altijd zo negatief in het nieuws komt. Er zijn namelijk in elke godsdienst extremisten die (te) ver gaan voor hun geloof. Terwijl het merendeel gewoon op een normale manier met hun geloof omgaat. Dit moet ook geen probleem zijn. Je mag geloven wat je wilt, zolang je andere hier niet mee kwets of lastig valt.
Hier denk ik nog hetzelfde over.
9. Hoeveel vrienden/kennissen met een andere culturele -en/of buitenlandse achtergrond heb je?
- Ik heb 1 buitenlandse vriendin.
Is hetzelfde gebleven.
10. Welke invloed hebben gesprekken met kinderen en ouders met andere culturele achtergronden op jou gehad?
- Ik werk in een hotel. Veel kamermeisjes zijn bij ons van buitenlandse afkomst. Zij komen uit Polen, Slowakijke en Marokko. Dit zijn allemaal hele lieve, aardig, en hardwerkende mensen. Zij schamen zich ook voor hun landgenoten die zich in Nederland misdragen. Ik vind het daarom jammer dat sommige Nederlands alle buitenlanders ervaren als mensen die zich hier alleen misdragen. Terwijl het merendeel zo hard werkt, heel vriendelijk is en enorm hun best doen om zich aan te passen. Er zijn ook Nederlanders die zich misdragen.
Geen veranderingen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten