1. Je bestudeert het schoolplan. Je beschrijft de visie van de school. Hoe ziet de school haar taak/rol in de wijk?
De klarinet is een Rooms Katholieke basisschool. Dat betekent dat ze voor de kinderen meer willen zijn dan alleen de aandragers van leerstof. Ze willen dat elk kind zich kan ontwikkelen tot een persoon, die de zin van het leven ziet. Normen en waarden zijn daarbij van groot belang. De manier van omgaan met elkaar neemt daarin een centrale plaats in. Begrip en respect voor de ander, de anders-gelovigen, de anders-denkenden en de wereld om ons heen loopt als een rode draad door ons onderwijs. Er wordt ook bewust geen onderscheid gemaakt in het aanname beleid van onze school. Er zijn momenten die nadrukkelijk godsdienstig zijn. Ze bidden, zingen, werken met de methode godsdienstige en levensbeschouwelijke vorming en staan stil bij de hoogtepunten van het kerkelijk jaar. Daarnaast proberen ze recht te doen aan de mogelijkheden van de kinderen, zodat ze zich optimaal ontwikkelen tot zelfstandige mensen.De school biedt de kinderen de gelegenheid om zich in een sfeer van veiligheid en geborgenheid te ontwikkelen.
De school heeft het doel de kinderen zo op te leiden dat ze zich kunnen redden in de maatschappij. Het geloof speelt daarin ook een belangrijke rol.
De school heeft ook veel aandacht besteedt aan de omgeving van de school. Ze willen dat de omgeving veilig en schoon is. Als er troep op of om het schoolplein ligt wordt het opgeruimd en qua verkeer is het een veilig gebied. De hekken worden tijdens het buitenspelen altijd dichtgedaan.
2. Je beschrijft de sociaal-maatschappelijke omgeving waarin de school zich bevindt ( denk aan: bevolkingssamenstelling, sociaal-economische gegevens, etc.)
De gemeente telt op 1 april 2011 22.731 inwoners. De basisschool ligt in Lisse, in het deel 'De Poelpolder'. De grootste politieke partij is op dit moment de VVD. De burgemeester is C. Langelaar.
Het gemiddelde inkomen is 13.700 euro per jaar. (2006)
De gemiddelde WOZ waarde is 267.000 euro per jaar. (2008)
WW uitkeringen: 16 per 1000 inwoners. (2007)
En 450 inwoners per 1000 inwoners is in het bezit van een auto. (2007)
De grootste groep is tussen de 40 en 49 jaar oud.
Er zijn 13 scholen in Lisse, waarvan 10 basisscholen.
3. Je brengt de leerlingenpopulatie van de school in kaart. Je geeft een beeld van de opbouw van de schoolbevolking. Denk hierbij bijvoorbeeld aan:
- etnische achtergronden
- sociale-economische positie
- gezinssamenstelling
- thuistaal
Op basisschool de klarinet is bijna geen variatie in etnische achtergronden. Bijna alle kinderen komen uit Nederland en hebben de Nederlandse cultuur. Er zijn enkele kinderen uit Turkijke of met Turkse ouders en enkele kinderen met Marokkaanse cultuur en ouders.
Daarnaast zitten er 2 poolse kinderen op school en een aantal Chinese kinderen.
Tussen de sociaal economische positie zijn ook niet veel verschillen. Bij de meeste kinderen werkt de vader fulltime, de moeder parttime. Er zijn ook moeder die helemaal niet werken. De inkomens zijn gemiddeld 13.700 euro per jaar.
Bij de gezinssamenstelling zijn er wel enigszinds verschillen. Er zijn éénouder gezinnen, waarvan bijvoorbeeld 1 ouder overleden is, of waarvan de ouders gescheiden zijn.
Een groot deel van de kinderen is enig kind. Het grootste gedeelte van de kinderen zijn met 2 of meer kinderen thuis.
Bij vrijwel alle kinderen wordt thuis Nederlands gesproken. We hebben 1 meisje op school die Pools is, en nog nauwelijks Nederlands verstaat omdat er thuis ook alleen Pools gesproken wordt.
4. Je geeft de manier van samenwerken aan tussen school en
- ouders
- onderwijsondersteuning
- de wijk (bijv. politie, wijkcentrum, gebedshuis, GG & GD, naschoolse opvang KDV, etc.)
Ouders:
Je kunt als ouder lid worden van de schoolraad. Je kunt lid worden van de medezeggeschapsraad. Daarnaast is er mogelijkheid om lid te worden van de oudervereniging. Daarnaast is er mogelijkheid om je als ouder aan te melden als hulpouder, om een aantal dagen in de week/maand te helpen in en om de klas. Daarnaast staat de school open voor meningen en ideeen van de ouders.
Er wordt gecommuniceerd met ouders door:
*algemene informatieavond aan het begin van het schooljaar
*de 10-minuten gesprekken, 3 maal per jaar voor alle ouders
*de rapporten
*de spontane gesprekken van leerkrachten met ouders
*de leerkracht maakt een afspraak met de ouders, of andersom
*de gesprekken na de toets in groep 2
*de gesprekken n.a.v. de cito-entree toets in de groepen 6 en 7
*de adviesgesprekken keuze vervolgonderwijs in groep 8
*algemene informatie in de weekbrief ‘de Notenbalk’
*via de eigen internetsite
Onderwijsondersteuning:
De klarinet is onderdeel van de Sophiastichting.
De ontwikkeling van de kinderen wordt gevolgd door middel van een dossier. Hierin staan verslagen, voorvallen, achtergrondinformatie enz.
De ontwikkeling wordt ook gevolgd door middel van observaties, toetsen en een leerlingvolgsysteem: 'de Kijk'.
De klarinet is ook aangesloten bij het samenwerkingsverband "Weer samen naar school, Duin- en Bollenstreek".
Daarnaast is de school aangesloten bij de Gemeenschappelijke gezondheidsdienst (GGD) Duin- en Bollenstreek. Zij doen een preventief onderzoek bij de kinderen.
Ten slotte is de school aangesloten bij de jeugdgezondheidszorg. Deze bestaat uit een vast team met een jeugdarts, sociaal-verpleegkundige, assistente JGZ en een logopediste.
Daarnaast is er een intern begeleider op de school.
De wijk:
De school staat in ieder geval in contact met de RK Kerk, het is tenslotte een RK basisschool. Ook de GGD staat in verband met de school. De Klarinet maakt gebruik van verschillende naschoolse opvangen. Zo is er bijvoorbeeld 1 naschoolse en voorschoolse opvang in de school. Daarnaast is er ook nog een peuterspeelzaal in de school waar de jongere broertje/zusjes/of andere kinderen kunnen verblijven terwijl de ouders werken.
5. Je geeft aan welke specitieke activiteiten en vaardigheden het onderhouden van dit netwerk van een leerkracht vraagt.
De leerkracht moet allereerst op de hoogte zijn. De leerkracht moet de dossiers netjes bijhouden, zodat informatie, indien nodig, kan worden verstrekt en kan worden opgezocht.
De leerkracht moet gesprekken voeren met ouders, logopediste, arts enz. Zo is hij/zij op de hoogte van alles wat speelt rondom de gezondheid, interesses en leerprestaties van de kinderen.
6. Je bekijkt een aardrijkskunde- en geschiedenismethode en geeft de mate van interculturaliteit aan.
De methodes hebben allebei afbeeldingen van zowel blanke kinderen als gekleurde kinderen. De methodes beschrijven ook aspecten van andere landen en culturen. In de aardrijkskundemethode wordt veel aandacht besteed aan de verschillende landen, culturen, inwoners en gewoonten. In de geschiedenismethode wordt daar minder aandacht aanbesteed. Er wordt wel wat aandacht besteed aan de herkomst.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten